Daden en Woorden

Daden en Woorden

In 2016 gaven de gezamenlijke uitgeverijen in Nederland 13.450 titels uit, inclusief schoolboeken en wetenschappelijke werken. Dit valt te lezen in het onlangs uitgebrachte sectoradvies van de Raad van Cultuur:  ‘De daad bij het woord’. In hetzelfde stuk staat dat naar schatting 1,1 miljoen Nederlanders zich bezig houden met creatief schrijven; dit kan een gedicht, een liedtekst een persoonlijk verhaal of een roman zijn.

Veel mensen schrijven, maar kunnen veel mensen ook schrijven? Ik bedoel hier niet of iemand de basisregels voor grammatica en spelling beheerst. Is iemand in staat een origineel verhaal met kop en staart te vertellen of een gedachte zo te formuleren dat deze bij de lezer begrijpelijk overkomt? Deze vraag is lastig te beantwoorden. Wat origineel of begrijpelijk is, is behoorlijk subjectief.

Schrijfliefhebbers – ik vind dit een mooier woord dan amateurschrijvers – vinden vaak zelf dat zij iets kunnen leren. Zij volgen een schrijfcursus. Deze zijn er in alle vormen en maten, van beginnend tot zeer gevorderd. Er bestaan schrijfvakanties met intensieve trainingen, waarbij je stap voor stap wordt begeleid bij het voltooien van je boek. Overigens raden uitgevers auteurs, waarvan zij vinden dat zij wél kunnen schrijven en later daadwerkelijk debuteren, ook aan een cursus te doen.

Er zijn schrijvers die zelf schrijfcursussen geven, Kristien Hemmerechts bijvoorbeeld. Zij heeft er ook over geschreven. Binnen een groep heeft zij snel door wie er talent hebben en wie niet. Zij geeft haar cursisten opdrachten, die steeds een beetje moeilijker worden. Wat haar vooral opvalt is dat de meeste cursisten vol zijn van hun eigen verhaal en dit graag willen vertellen. Een opdracht waarbij zij zich moeten inleven in een ander om vanuit dit perspectief een verhaal te schrijven blijkt voor velen te moeilijk.

Sommige bibliotheken bieden schrijfcursussen aan of geven lokale schrijvers een podium. Dit is een goede zaak. Veel lezen stimuleert schrijven, zoals naar sport kijken zelf sporten stimuleert en een kookprogramma op televisie je naar de winkel doet rennen om de ingrediënten in huis te halen voor het maken van een uitgebreid diner. Het stimuleren van schrijven hoort dus in een Bibliotheek thuis. Maar moet dit volgens de regels van de literaire wereld?

Je kunt evenveel plezier beleven aan het onbevooroordeeld schrijven van jouw verhaal als aan het creëren van een literair werk. Vooral als je onvoldoende literair talent bezit, kan schrijven volgens bepaalde normen heel frustrerend zijn. Als een Bibliotheek staat voor het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling is het bieden van een plek om jouw persoonlijke verhaal te vertellen vanzelfsprekend een taak van de Bibliotheek.

Een persoonlijk verhaal op schrift stellen, bijna een persoonlijke biecht afnemen, overstijgt het schrijfproces. Het kan mensen helpen met het verwerken van hun verleden. Het kan mensen leren zichzelf te begrijpen. Het heeft kortom therapeutische waarde en is een daad van persoonlijke ontwikkeling. Het is een misverstand dat deze therapeutische waarde aan literaire conventies is gebonden.

Toch knaagt er iets. Vooral de opmerking van Hemmerechts dat cursisten het lastig vinden zich in een ander in te leven, blijft mij bij. Doet de focus op je eigen verhaal, de aandacht voor de ander verslappen? Hier kunnen bibliotheken zeker een rol vervullen. Stimuleer ontmoeting: onderdeel van het afnemen van je eigen biecht is dan het verplicht lezen van andermans persoonlijke verhaal. Misschien leren mensen door een ander te begrijpen ook zichzelf beter begrijpen.

 

Reacties (0)

Reageren

Meer blogposts van Alek Dabrowski