De Maatschappelijke Bibliotheek spreekt met Marianne Verhallen

De Maatschappelijke Bibliotheek spreekt met Marianne Verhallen

"Lezen is een opstap naar zelfvertrouwen"

In deze aflevering van De Maatschappelijke Bibliotheek spreekt met… Marianne Verhallen, hoofd marketing en adjunct-uitgever bij 'Eenvoudig Communiceren'. Al meer dan twintig jaar geeft Eenvoudig Communiceren boeken en kranten uit in eenvoudig, begrijpelijk Nederlands. Speciaal voor jongeren en volwassen die niet zo sterk zijn in lezen.

De Maatschappelijk Bibliotheek spreekt met… is een rubriek waarin we spreken met partners uit het maatschappelijke domein of collega’s die zich bezighouden met kwetsbare burgers. Niet alleen bibliotheken, maar iedereen die zich, al dan niet samen met de bibliotheek, inzet voor een maatschappij waarin iedereen kan meedoen. Ter informatie en inspiratie.

Volgend jaar bestaat Eenvoudig Communiceren 25 jaar. Hoe is het allemaal begonnen?

"Met de Okee-krant, een krant voor mensen met een verstandelijke beperking. Onze directeur, Ralf Beekveldt, schreef als journalist over programma’s als Knoop in je zakdoek. Op een gegeven moment dacht hij: ik schrijf altijd over de doelgroep, maar ik wil eigenlijk voor en met de doelgroep schrijven. In oktober 1994 verscheen de eerste editie van de Okee-krant, die nog steeds bestaat, en dus ook volgend jaar zijn 25-jarig jubileum viert. In de krant staan nieuwtjes, weetjes, én – dat is al evenzoveel jaar een succes – een rubriek met contactadvertenties. Vanuit de Okee-krant zijn we gegroeid: eerst met zelfhulpboeken speciaal geschreven op een heel laag taalniveau, zoals 'Hoe voorkom je schulden?' 'Hoe maak je vrienden?' We waren een van de eersten die zulke boeken uitgaven en ze zijn heel veel gebruikt door organisaties als MEE, die mensen met een beperking ondersteunen.

Een jaar of vijftien geleden werden we gevraagd om een krant speciaal voor het praktijkonderwijs te maken. Het praktijkonderwijs leert kinderen vanaf een jaar of twaalf met een laag IQ een vak. Docenten waren vaak bouwvakkers, timmermannen, tuinders. Dat type onderwijs werd toen net vormgegeven. Op de pijlers die ook nu zo belangrijk worden gevonden: zelfredzaamheid, wonen en werken. Onze PrO-krant stond en staat vol met onderwerpen als burgerschap, zelfredzaamheid, werken, uit de schulden blijven. Die krant is eigenlijk het begin geweest van de grote groei van de uitgeverij. Vanuit daar zijn we veel producten voor het onderwijs gaan ontwikkelen en kwam er ook vraag naar fictie."

Hoe ziet jullie fonds er nu uit?

"We hebben inmiddels zo’n 200 tot 250 boeken uitgegeven. Naast de kranten, die nog steeds bestaan, ook veel fictie voor jongeren. Zo is er de serie BoekenBoeien, speciaal geschreven voor leerlingen in de onderbouw van het vmbo. Elk boek bevat tachtig schooltaalwoorden, afkomstig van de lijst van 1600 schooltaalwoorden opgesteld door ITTA. Dan moet je denken aan woorden als 'vergelijking' en 'tenslotte'. Veel scholieren kennen deze woorden niet, of in een andere betekenis. In spannende verhalen komen deze woorden voorbij zodat leerlingen ongemerkt hun woordenschat vergroten.

Toen we voor jongeren fictie begonnen uit te geven, kregen we ook vraag vanuit de volwasseneneducatie, die zich destijds voornamelijk richtte op NT1’ers. Samen met Stichting Lezen en Schrijven hebben we in 2007 de serie Leeslicht ontwikkeld, hertalingen van Nederlandse romans in eenvoudig Nederlands. De eerste drie hertalingen waren van Kader Abdolah, Yvonne Kronenburg en Marjan Berk. Al onze uitgaven worden ontwikkeld met mensen uit het veld. Zo weten wij wat nodig is en wat het beste werkt."

Is de bibliotheek een belangrijke afnemer voor jullie?

"Zeker in de beginperiode hebben de bibliotheken ongelooflijk veel voor ons betekend. Neem onze Reality Reeks, dat zijn heftige verhalen over herkenbare thema's als pesten, (seksueel) geweld, drankmisbruik, anorexia, homoseksualiteit en tienerzwangerschap. Daarvan gingen bijna standaard achthonderd stuks naar de bibliotheken. Nu bestelt NBD Biblion hooguit honderd exemplaren."

Hoe komt het dat de bibliotheken nu zo veel minder inkopen?

"Het accent is verlegd. Heel veel bibliotheken hebben wel een abonnement op onze Start!-krant. De Start!-krant biedt een uitgebalanceerde mix van nieuws en entertainment in een kleurige, overzichtelijke vormgeving. Het taalgebruik is eenvoudig, maar niet kinderachtig. De krant wordt veel gebruikt in Taalhuizen. Daarom richten we ons iets meer op NT2’ers: opleiding, werk en inkomen zijn accenten die we voor hen hebben aangebracht in de krant. De Start!-krant is zelfs het meest ingezette product in de non-formele taaleducatie.

Maar wat betreft de non-fictie: zodra je het onderwijs bij taalhuizen, vrijwilligers en bibliotheken neerlegt, dan sla je eigenlijk de plank mis. Vanuit OC&W is bedacht dat non-formele organisaties een deel van de educatie kunnen oppakken, en daar gaat al de subsidie en aandacht naartoe, maar lezen is net zo urgent. Ik vind dan ook dat de bibliotheek moet blijven inzetten op leesboeken. Prachtig dat er steeds meer leeskringen voor laaggeletterden komen! En onze fictietitels zijn hier uitermate geschikt voor. Het is heel goed dat de bibliotheek mensen voorlicht over hoe ze moeten omgaan met een DigiD en alle onderwerpen die terugkomen in de programma’s van Oefenen.nl. Maar de basis van de bibliotheek is volgens mij nog steeds lezen en leesbevordering.

Voor de bibliotheek is het lastig, met enerzijds leesbevordering en anderzijds de maatschappelijke taken. Maar toch denk ik dat de bibliotheek het beter doet dan bijvoorbeeld Stichting Lezen. De bibliotheek is zich enorm bewust van het maatschappelijk belang van lezen. Stichting Lezen financiert práchtige producten. Maar het zijn wel prachtige producten voor jongeren die al lezen. Waarom is er geen prijs voor het beste jongerenboek voor zwakkere lezers? De bibliotheek heeft een veel kleinere afstand tot de doelgroep."

Waarom is het lezen van fictie zo belangrijk?

"Zeker voor jongeren op lagere niveaus is het een middel om empathisch vermogen te ontwikkelen. Een van onze auteurs, Marian Hoefnagel, benaderde ons met de verhalen die ze had geschreven naar aanleiding van haar werk op een Amsterdamse school voor kinderen met een auditieve beperking. Zij vond het heel belangrijk dat die kinderen konden lezen over dingen die direct met hun eigen belevingswereld te maken hebben. Haar verhalen zijn superrealistisch, een beetje à la Carry Slee. Ze heeft ze niet alleen geschreven omdat ze wil dat kinderen lezen en hun woordenschat vergroten, maar juist ook omdat leerlingen daardoor leren zich in te leven in anderen. Veel jongeren kunnen zich maar moeilijk verplaatsen in anderen. Door het lezen van fictie kun je dat vergroten. Als je daarnaast ook over het verhaal praat, opdrachten doet en vragen beantwoordt als: “Wanneer in het verhaal had iemand kunnen ingrijpen? Wat was er gebeurd als die persoon een andere keuze had gemaakt?”, dan leren ze hoe je situaties kunt beïnvloeden."

Hoe zie jij de rol van de bibliotheek?

"Ik denk dat het goed zou werken als de bibliotheek een soort loketfunctie op zich neemt. Als iedereen in de frontoffice op de hoogte is van de mogelijkheden in de regio, kunnen zij mensen doorverwijzen naar formeel onderwijs. Of verlaag de drempel richting formeel onderwijs, door mensen met een taalvraag te adviseren in een meeleesclub te gaan. We hebben daar een mooie handleiding voor ontwikkeld, die handvatten geeft voor het opzetten van een meeleesclub voor laaggeletterden. Zo vragen Nt1’ers een hele andere aanpak dan NT2’ers. Hoogopgeleide NT2’ers kun je beter bij elkaar zetten, want die leren snel. Laagopgeleide NT2’ers kun je goed mixen met laagopgeleide NT1’ers. En laat NT2’ers niet alleen boeken lezen over vluchten en oorlog, maar juist ook Nederlandse romans. Zo maken ze kennis met de Nederlandse samenleving. Creëer een veilige omgeving, geef mensen de ruimte. Besef dat het niet alleen om lezen gaat. Lezen is een opstap naar zelfvertrouwen. Onze boeken kunnen voor veel zwakkere lezers een opstapje zijn naar het ‘echte boek’. Vergis je niet, onze doelgroep heeft succeservaringen nodig om van een niet-lezer een lezer te worden.

We hebben veel contact met bibliotheekmedewerkers en zij helpen ons ook om de koppeling met de maatschappij te maken. Bibliothecarissen weten heel goed wat er speelt. Ik vind het daarom ook een goede ontwikkeling dat de bibliotheek steeds meer op specifieke locaties zit. En ik zeg altijd tegen docenten: Ga naar je bibliotheek, vraag wie er verantwoordelijk is voor bijvoorbeeld educatie, volwassenenonderwijs, laaggeletterdheid, het vmbo en ga in gesprek. De bibliotheek heeft zo veel te bieden!”

Nt1’ers blijven lastig te bereiken. Tips?

"Als bibliotheekmedewerker kun je, denk ik, NT1’ers goed kunt vinden in de kinderhoek. Mensen komen in de bibliotheek voor hun kinderen. Ga in gesprek met de ouders, achterhaal of ze behoefte hebben aan beter leren lezen, en stimuleer ze laagdrempelig om aan de slag te gaan. Zet in op lagere scholen: kijk of je daar iets kunt doen voor ouders.

En stop met het afnemen van Taalmeters. Mensen die helemaal geen ervaring hebben met het onderwijs, die geen ervaring hebben met mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en een grote afstand tot lezen, nemen nu vaak de Taalmeter af. Bij de Dialoogdagen van OC&W sprak ik iemand die verontwaardigd was dat ze bij veertig mensen de Taalmeter had afgenomen en dat er maar zeven kwamen opdagen voor het vervolgtraject. Ik zei: Ja, vind je het gek? Heb je een stap gezet om iets aan je taalachterstand te doen, moet je eerst een toets maken... De meeste NT1’ers breekt het zweet dan uit. Het raakt precies de snaar waardoor mensen überhaupt een taalachterstand hebben opgelopen! Overigens is er veel te weinig aandacht en materiaal voor NT1’ers. Ik heb groen licht gekregen van onze directeur om mee te werken aan de oprichting van een beroepsvereniging voor NT1’ers. En om, onder andere samen met Stichting Lezen & Schrijven, in januari 2019 een congres te organiseren."

Als je OC&W één advies mocht geven, wat zou dat dan zijn?

"Zet weer in op lezen. Fictie lezen staat bijvoorbeeld in het mbo niet op het programma. We leveren ieder jaar heel veel laaggeletterden af. Vrij lezen moet breed gedragen worden. Op alle niveaus: drie keer per week twintig minuten vrij lezen."

Tot slot: kun je een tipje van de sluier oplichten over jullie toekomstplannen?

"We hebben een paar heel mooie plannen. Zo willen we met een groepje auteurs verhalen gaan schrijven voor in de klas. Leerlingen lezen klassikaal een gedeelte van het verhaal, krijgen verschillende opties voorgelegd voor het vervolg en mogen kiezen welke het wordt. Zelf invloed hebben op het verhaal creëert meer betrokkenheid. Als het verhaal af is, maken wij er een echt boek van. We zijn nu naar mogelijkheden voor de financiering aan het zoeken in ons netwerk.

Daarnaast wil ik graag op het mbo in Rotterdam en misschien ook in Amsterdam een project starten waarbij leerlingen onze makkelijk-lezenversie van Wij slaven van Suriname lezen. Wij ontwikkelen lesmateriaal bij het boek, ik heb binnenkort een afspraak met een beleidsmaker om hierover te praten. 

En we zijn bezig met een project voor ouderen. Wij denken dat het fijn kan zijn voor ouderen om te lezen over mensen die in dezelfde situatie zitten. En dat het goed is als jongeren die in de verzorging willen werken, weten hoe zij overkomen op ouderen. In een nieuwe serie proberen we die koppeling te maken tussen verzorging en ouderen. Zo is er nu iemand een thriller aan het schrijven die zich afspeelt in een verzorgingshuis. Op een laagtaalniveau, dus heel toegankelijk."

Iedereen leest mee; Handleiding voor meeleesclubs. Een handleiding voor meeleesclubs voor minder vaardige lezers.

Het congres waarover gesproken wordt, vind plaats op woensdag 16 januari 2019 in congrescentrum MeetINoffice te Woerden. Vanaf volgende week (22 oktober) worden de uitnodigingen verstuurd, geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via m.verhallen@eenvoudigcommuniceren.nl en ontvangen een uitnodiging tot inschrijven. 

In oktober ontvangen de bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland de handleiding voor meeleesclubs Iedereen leest mee. ProBiblio stimuleert hiermee het gebruik van haar leeskringkoffers voor laaggeletterden, er zijn ruim negentig titels beschikbaar. Bekijk hier de boekenlijst.

 

Foto: Hannie van Herk

 

Reacties (0)

Reageren

Meer blogposts van Anne-Marie van der Poel