De Maatschappelijke Bibliotheek spreekt met Maurice de Greef

De Maatschappelijke Bibliotheek spreekt met Maurice de Greef

In deze blogreeks spreken we met partners uit het maatschappelijke domein of collega’s die zich bezighouden met kwetsbare burgers. Niet alleen bibliotheken, maar iedereen die zich, al dan niet samen met de bibliotheek, inzet voor een maatschappij waarin iedereen kan meedoen. Ter informatie en inspiratie. In de eerste aflevering: prof. dr. Maurice de Greef, gastprofessor Leereffecten Laagopgeleiden en Laaggeletterden en bekleder van de nieuwe Unesco Leerstoel Volwasseneneducatie aan de Vrije Universiteit Brussel.

"Bibliotheek: zorg dat mensen 'lees- of spraakmeters' kunnen maken."

Gefeliciteerd met je nieuwe benoeming. Hoe bemachtig je een UNESCO-leerstoel Volwasseneneducatie?
"Ik ben verbonden aan Maastricht University en als gastprofessor Leereffecten Laagopgeleiden en Laaggeletterden aan de Vrije Universiteit Brussel. De afgelopen zeven jaar heb ik met collega’s meer dan zeventig onderzoeken uitgevoerd, voornamelijk naar de impact van volwasseneneducatie. Als onderzoeker werk ik nauw samen met bijna alle ROC's, maar ook met onder andere Stichting Lezen & Schrijven en gemeenten. In een samenwerking met de gemeente Amsterdam heb ik de toenmalige wethouder Andrée van Es leren kennen, zij is sinds 2014 voorzitter van de Nationale UNESCO Commissie, de schakel tussen de VN-organisatie UNESCO en Nederlandse deskundigen en instellingen die op de terreinen onderwijs, wetenschap, cultuur en communicatie actief zijn. Zij vroeg me een voorstel te schrijven."

Waar ga je je binnen je leerstoel op richten?
"Het doen van kwantitatief onderzoek naar de impact van onderwijs voor volwassenen. Hoe geef je trajecten vorm? Het zet je het om in beleid? Hoe zorg je ervoor dat ook laagopgeleiden hun geluk kunnen vinden? Het is belangrijk voor de sector dat er meer cijfermatig resultaat komt met betrekking tot de impact van volwasseneneducatie. De inhoud moet in deze onderzoeken altijd voorop staan én de samenwerking met mensen die de volwasseneneducatie in Nederland en Vlaanderen vorm hebben gegeven. Dat vind ik heel belangrijk: samen de sector verstevigen en zorgen dat er een goede infrastructuur komt voor volwasseneneducatie."

Hoe doet Nederland het op het gebied van volwasseneneducatie?
"Ik heb het gevoel dat ambtenaren op het moment goed open staan voor de problemen rondom (digitale) laaggeletterdheid en dat ze het goed oppakken, maar er moet nog veel gebeuren. In Nederland wordt alles vrij snel bij de gemeente neergelegd, maar ik denk ook dat de landelijke overheid zichzelf de vraag mag stellen: 'Hoe kan ik zorgen voor kwalitatief goede trajecten zodat ook laagopgeleide burgers hun geluk kunnen vinden en zich kunnen ontwikkelen?' Verstevig de basis, werk aan een stevige infrastructuur, zorg voor borging en stel niet iedere keer opnieuw de vraag: 'Moeten we dit nog wel doen en in welke vorm?' Kijk ook eens naar Vlaanderen, daar is een veel sterkere infrastructuur voor volwasseneneducatie en is de financiële onderlegger veel beter. Of neem een voorbeeld aan Finland, heel mooi hoe ze daar de ontwikkeling van mensen hebben verankerd in het beleid. Dat biedt veel meer stabiliteit. Als je blijft 'zigzaggen' in het beleid, ben ik ervan overtuigd dat de kloof tussen laag- en hoogopgeleiden alleen maar groter zal worden. En doe het niet alleen, maar werk samen, bijvoorbeeld met formele taalaanbieders of de bibliotheek."

Hoe zie jij de bibliotheek in het educatietraject?
"De bibliotheek is de afgelopen jaren, sinds de transitie naar maatschappelijke bibliotheek, een laagdrempelige en veilige plek geworden waar je naartoe kan als je moeite hebt met lezen, schrijven of andere vaardigheden. De bibliotheek is een goede plek voor het non-formele onderwijs, maar ik vind niet dat de bibliotheek zelf formeel onderwijs aan moet bieden. Werk samen met partners die formele educatie aanbieden, maar blijf zelf op het non-formele vlak. Zorg dat mensen 'lees- of spraakmeters' kunnen maken. Formele educatie is niet de hoofdtaak van de bibliotheek, daarom zou ik het geen goede zaak vinden als het gehele WEB-budget van een gemeente naar een Taalhuis zou gaan en er geen geld meer overblijft voor formeel taalaanbod van kwalitatief goede onderwijsaanbieders. Het is juist belangrijk dat er op lokaal niveau een goede balans is tussen non-formeel en formeel aanbod. De positie van de ROC's (en kwalitatief goede particuliere taalaanbieders) moet naar mijn idee verstevigd worden. En dat zijn uitstekende samenwerkingspartners voor de bibliotheek, die ik zie als een 'spin in het lokale web' die met haar non-formele aanbod mensen een duwtje richting formeel aanbod kan geven."

De NT1’er is, voor de bibliotheek, maar ook voor andere partners, een lastige doelgroep om te bereiken. Hoe komt dat denk je?
"Voornamelijk omdat er vanuit de WEB weinig ruimte is om werving te bekostigen, wat zeker voor het bereiken van NT1’ers heel belangrijk is. Daarvoor moeten dan weer additionele middelen gezocht worden. Er moet landelijke ruimte gegeven worden aan werving en ik zou zeggen: faciliteer opleidingen voor NT1’ers." 

Wat vind jij best practices uit het bibliotheekaanbod?
"Studiekringen50plus vind ik een te gek project. Toen ik jaren geleden bij Spectrum werkte was ik al erg enthousiast over het concept en ik vind het heel goed dat dat nu ook landelijk uitgerold wordt. De Studiekringen geven echt zin aan het dagelijks bestaan van mensen, spelen een rol bij de bestrijding van eenzaamheid, maar bieden ook kansen om aan vaardigheden als taal te werken.

Oefenen.nl is een heel goede en nuttige voorziening, en het is daarom een goede zaak dat de bibliotheken de oefenprogramma's aanbieden. Onderzoek wijst immers uit dat digitaal leren voor laagopgeleide volwassenen, mits goed begeleid, effectief kan zijn.

En onlangs was ik in de Bibliotheek van Katwijk, daar is een heel actief Taalhuis dat heel enthousiast wordt geleid. Ik was betrokken bij een traject voor ouderen, de bibliotheek had nog geen rol in dat traject, maar zit wel in de klankbordgroep. Ik kan me voorstellen dat een taaltraject uiteindelijk daar, in de bibliotheek, gegeven gaat worden, door een professionele docent en een vrijwilliger en dat de bibliotheek het non-formele stuk oppakt."

Vrijwilligers zijn onmisbaar in het aanbod van de bibliotheek geworden. Hoe kijk jij daar tegenaan?
"Vrijwilligers zijn belangrijk, maar zijn wellicht ook wel té belangrijk geworden. Het gevaar bestaat dat een vrijwilliger te bevoogdend optreedt en daar heeft de leerder uiteindelijk veel minder aan. Als de vrijwilliger de plek van een professional moet innemen, houd dan maar op. De rol van de vrijwilliger kan liggen in de praktijkbegeleiding, het maken van leesmeters, sociale activering, maar nooit in de echte educatie. Dat is een vak en daar zijn docenten voor. Een samenwerking tussen docent en vrijwilliger werkt het beste. De inhoudelijke coördinatie vanuit het Taalhuis zie ik ook het liefst bij een professional, bijvoorbeeld een docent, belegd."

De bibliotheek als ‘spin in het lokale web’. Zie je naast ROC’s nog andere partners voor de bibliotheek?
"Het volwasseneneducatiebeleid moet verankerd worden in de lokale situatie. Daar zie ik een mooie rol voor de bibliotheek, die heeft goede voelsprieten in het lokale. Maar zet in een samenwerking de inhoud voorop. Blijf als bibliotheek op het non-formele stuk, maar zoek partners binnen de formele educatie. Een partner als taalaanbieder Alsare vind ik een goed voorbeeld met een mooie visie: biedt een inhoudelijk traject aan dat direct aansluit op de vraag. Taal als middel, niet als doel. Het Begint met Taal heeft weer een hele heldere visie op de rol van vrijwilligers. En Stichting Lezen & Schrijven heeft goed werk verricht met het 'weer op de kaart zetten van het probleem' en het is een goede ontwikkeling dat er steeds meer samenwerking wordt gezocht met inhoudelijke partners. In de loop der jaren is immers heel veel expertise opgebouwd over de volwasseneneducatie en daar mag best meer gebruik van worden gemaakt."

Wat is het mooiste effect van een taaltraject dat je in de loop der jaren hebt opgehaald?
"Wat me uit kwalitatief onderzoek uit het begin van mijn carrière altijd bij zal blijven was de uitspraak van een taalleerder die zei: 'Sinds ik beter kan lezen en schrijven sta ik minder vaak voor de rechtbank.' Hij had onder andere veel conflicten door miscommunicatie met de buren en nu leest hij de briefjes van de buren. Dat voorkomt veel ellende."

Foto door: Niels Cornelis Meijer

Meer blogposts van Anne-Marie van der Poel