Empathie in het Oudercafé

Empathie in het Oudercafé

Bibliotheek Waterland startte twee jaar geleden met het eerste Oudercafé. Margreet Verbruggen, Manager backoffice, vertelt samen met Natalie Sminia, een van de coördinatoren, hoe het er nu voor staat. Het Oudercafé is weer een treffend voorbeeld van de gezinsaanpak, waarbij bibliotheken het hele gezin betrekken om laaggeletterdheid tegen te gaan. Dit jaar starten 18 bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland met het Probiblio-project Gezinsaanpak.

Foto onder: Natalie Sminia (links) en Margreet Verbruggen van het Oudercafé van Bibliotheek Waterland.

Waarom is Bibliotheek Waterland met het Oudercafé gestart?

Margeet Verbruggen: “Het Oudercafé begon als vervolg op de VoorleesExpress, om ouders met schoolgaande kinderen te helpen bij het wegwijs maken op school. Het ging in dit geval om de Wheermolenschool, gelegen in een wijk met veel inwoners met een immigratie-achtergrond. De pilot werd opgezet met geld van het Oranjefonds en het heeft even geduurd voordat het project echt ging lopen. Natalie, die eerst vrijwilliger was bij de VoorleesExpress, werd op een gegeven moment gevraagd om op de Wheermolen aan de slag te gaan. Dat sprak haar erg aan, want zij merkte dat er na 20 weken voorlezen in een gezin een gat valt, en dat vooral ouders meer betrokken moeten worden bij alles wat er op school en in de bibliotheek gebeurt. In de driehoek tussen gezin, school en bibliotheek komt veel op een laagdrempelige manier samen. Het werd een succes op de Wheermolenschool. Met subsidie van Tel mee met Taal kreeg de bibliotheek de kans om samen met 5 andere scholen een Oudercafé te starten.”

Waar is behoefte aan op de scholen?

“Er is iemand nodig die het Oudercafé zowel bij de ouders als bij de school actief onder de aandacht brengt. Elke school krijgt een coördinator, die 8 uur per week beschikbaar is voor het opzetten van een Oudercafé. Deze persoon fungeert als schakel tussen ouders en de school. Hij/zij moet dus weten wat er op school speelt en dat op een begrijpelijke manier uitleggen aan de ouders, zodat zij handvatten krijgen om hun kinderen goed te begeleiden. De coördinator moet dan ook goed zichtbaar zijn voor leerkrachten en ouders, zodat diegene een bekend gezicht wordt en onderdeel uitmaakt van het team. De school heeft een actieve rol in het attenderen en doorverwijzen van ouders naar het Oudercafé. Daarom is het van groot belang dat directie en leerkrachten inzien dat het effect van het Oudercafé hen tijd oplevert en meerwaarde biedt.”

Wat doet de coördinator allemaal?

Natalie vertelt over Sinterklaas, als voorbeeld van wat zij doet: “Leerkrachten informeren ouders over Sinterklaas: het inloopmoment, het schrijven van een gedicht, surprises maken etcetera. Dat klinkt voor ons heel simpel, maar als je ziet hoeveel vragen dat oproept bij ouders die niet bekend zijn met Sinterklaas, dan snap je dat leerkrachten veel tijd kwijt zijn aan het toelichten van de activiteiten in de klas. In het Oudercafé dat wekelijks gehouden wordt, leg ik alles met simpele woorden in het Nederlands uit en neem daarmee veel onzekerheid en zorg bij ouders weg. Een ander mooi voorbeeld is de opluchting die ik bij een moeder zag toen ik uitlegde wat ‘gevonden voorwerpen’ betekent. Want de winterjas van haar dochter was kwijt en bleek dus al die tijd op de tafel met de gevonden voorwerpen te liggen...”

“En het mooie is”, gaat Natalie verder, “tijdens het Oudercafé zitten ouders van allerlei nationaliteiten gewoon met elkaar te praten. Dat zou anders nooit gebeurd zijn, want deze mensen komen elkaar op andere plekken niet tegen en leren elkaar zo toch beter kennen.” Op deze laagdrempelige manier komen allerlei onderwerpen aan bod, zonder dat Natalie les geeft of zich als juf opstelt. “Ik vind het juist belangrijk om gelijkwaardig met elkaar in gesprek te gaan over alles wat ouders bezig houdt, zoals oudergesprekken of dingen uit de schoolnieuwsbrief. De kleuterjuffen geven ook aan mij door welke woorden de kinderen op dat moment leren in de onderbouw, die oefen ik dan met de ouders. En ik neem ouders mee naar de ouderochtenden in de klas en naar de bibliotheek en vertel wat daar gebeurt. Verder komen de onderwerpen die we in het Oudercafé bespreken vaak voort uit de vragen die ouders stellen, of uit wat er speelt op school. Het is daarbij heel belangrijk empathie te tonen, discreet te zijn en nooit de school of de ouder af te vallen. Het Oudercafé moet een veilige plek bieden, zodat we ons doel kunnen bereiken: dat ouders snappen wat er gebeurt op school, en wat zij daaraan kunnen bijdragen voor hun kind.

Heb je een training gevolgd om je voor te bereiden op deze taak?

Natalie antwoordt: “Nee, ik houd van mensen en ga gewoon naast ze zitten.” En inderdaad, door de warmte die zij uitstraalt en het enthousiasme waarmee ze over haar werk vertelt voel je: hier zit een natuurtalent, met een groot hart.

Margreet vult aan: “Bibliotheek Waterland heeft inmiddels wel een inwerkprogramma ontwikkeld voor coördinatoren van het Oudercafé, waarin benadrukt wordt dat je van de bibliotheek bent, en niet van de school en ook geen hulpverlener. De deelnemers lopen eerst een paar dagen mee in de bibliotheek; gaan met leesconsulenten mee naar scholen en krijgen uitleg over het Taalhuis en de taalactiviteiten. Het is belangrijk dat ze het DNA van de bibliotheek meekrijgen om op school een duidelijke positie in te kunnen nemen. Ze moeten ook stevig in hun schoenen staan, niet te afwachtend zijn en goed mee kunnen bewegen met schooldirectie én ouders.

Hoe ziet het Oudercafé er uit op school en wat is het effect?

Natalie: “De afspraak is dat de school zorgt voor een goed zichtbare, vaste plek met stoelen, een beamer of digibord, koffie, thee en koekjes. De plek is herkenbaar aan de banner die de bibliotheek gemaakt heeft met daarop de tekst: ’Samen leren en lachen. Kom je ook?’ en een foto van de coördinator, in dit geval ikzelf. Er wordt gewerkt met een open inloop en het aantal deelnemers aan het Oudercafé wisselt dan ook, al is er altijd wel een vaste groep ouders die elke week komt.”

Margreet: “Op één school bezoekt 25% van de ouders het Oudercafé regelmatig. Het zijn vooral anderstalige ouders die komen, maar ook Nederlandse en vooral ouders van jonge kinderen. De verschillen in taalniveaus vormen geen obstakel, want de ouders helpen elkaar, soms in het Nederlands, soms in hun eigen taal. Gaandeweg krijgen de coördinatoren ook zicht op interesses of ambities van ouders en attenderen zij hen op andere cursussen. Vaak stromen ouders door naar formeel (taal)aanbod. Ook komen er regelmatig organisaties vertellen wat ze doen, zoals de gemeente over schuldhulpverlening, de GGD over luizencontrole en preventie, welzijn over maatschappelijk werk en activiteiten in de wijk, en Jeugd Op Gezond Gewicht over gezond eten. De intern begeleider van de school komt ook regelmatig langs om uitleg te geven over haar werk en de lesmethodes die de school gebruikt, zodat ouders hun kinderen beter kunnen begeleiden. Verder worden er collega’s van de bibliotheek uitgenodigd om een workshop te geven over interactief voorlezen of digitale vaardigheden.”

Natalie gebruikt ook Whatsapp in haar contact met ouders: ”Ik maak een WhatsApp groep aan en plaats daarin simpele berichten, zodat ouders ook zien hoe dingen geschreven worden of welke uitdrukkingen je gebruikt. Ook is dat meteen de plek waar ouders elkaar online vinden, buiten de momenten van het Oudercafé om. De ouders die meedoen krijgen zichtbaar meer zelfvertrouwen en durven daardoor vragen te stellen aan leerkrachten, of zich aan te melden als vrijwilliger. De intern begeleider op de Wheermolenschool geeft aan dat zij merkt dat ook de kinderen er baat bij hebben; zij vertellen haar dat ze naar de bibliotheek zijn geweest met hun ouder, dat ze nu thuis voorgelezen worden of dat hun ouders samen met hen woordjes oefenen.

Hoe gaat het nu verder met het Oudercafé?

Margreet: “Met de inzet van 8 uur per week staat een Oudercafé binnen een jaar en zit de loop er in. Die uren zijn echt nodig om het goed neer te zetten, daarna kan je met minder uren volstaan om het structureel te onderhouden. En daar wringt de schoen, want alhoewel de gemeente heel enthousiast is en de scholen aangeven dat zij echt zien dat de kinderen er wel bij varen, structurele subsidie zit er voor alsnog niet in. Daarom ben ik altijd op zoek naar fondsen of subsidieregelingen die kunnen helpen om dit mooie project te continueren. Voor 2020 heb ik subsidie gevonden om op nog twee scholen én een peuterspeelzaal een Oudercafé op te zetten. De peuterspeelzaal heeft zelf bij onze bibliotheek aangeklopt, omdat zij merken dat heel veel informatie gewoon niet aankomt bij ouders. Gelukkig zitten zij in het Dorpshuis, dus een plek voor het Oudercafé is al gevonden. En over een jaar zien we wel weer.”

“Ik noem mezelf wel eens schertsend ‘Rupsje Nooitgenoeg’”, verzucht ze, “omdat we altijd meer geld nodig hebben voor dit soort mooie en zinvolle project.” Dus wie nog een gouden tip heeft, laat het Margreet vooral weten.

Ontdek de kracht van de gezinsaanpak

Steeds meer bibliotheken betrekken het hele gezin om de vicieuze cirkel van laaggeletterdheid te doorbreken. Om bibliotheken te inspireren en motiveren om met deze 'gezinsaanpak' aan de slag te gaan, schreven onze adviseurs Basisvaardigheden en Educatie samen aan een inspiratiedocument met praktische tips en bestaande praktijkvoorbeelden uit bibliotheken.

Lees waarom de gezinsaanpak zo belangrijk is en download het document

Blijf op de hoogte in 2020

Vanaf 2020 gaat Probiblio van start met een traject om bibliotheken te ondersteunen bij het opzetten en implementeren van deze aanpak. Wel 18 bibliotheken hebben zich hiervoor aangemeld. Neem contact op met Barbara van Walraven of met Floor Banning voor meer informatie. Op Biebtobieb kun je je aanmelden voor de open groep Gezinsaanpak en landelijke informatie volgen en delen.

Reacties (0)

Reageren

Meer blogposts van Barbara van Walraven