Het ‘sleutelhanger syndroom’

Het ‘sleutelhanger syndroom’

"Ik heb geen zin om de hele tijd telefoonhoesjes te gaan maken in onze maakplaats," verzuchtte een bibliothecaris een tijdje geleden tegen me. En ik kon haar alleen maar gelijk geven! Want de maakplaatsen bij bibliotheken moeten toch juist een plek zijn waar ontdekken, experimenteren, falen en opnieuw proberen centraal staan, in plaats van iets keer op keer te produceren. Of niet?

Tijdens de eerste FabLearn conferentie in Eindhoven dit jaar was Paulo Blikstein als keynote spreker uitgenodigd; hij is professor aan Stanford University en oprichter van het internationale FabLearn-netwerk. Uit zijn presentatie bleek dat er een naam is voor het gevoel dat deze bibliothecaris had bij het maken van telefoonhoesjes: het 'Keychain Syndrome'.

Sleutelhangers maken met Paulo Blikstein

Paulo begon met zijn team met het organiseren van workshops in hun maakplaats. Het leek hem handig om korte opdrachten te geven, zoals het maken van een sleutelhanger. Dit zou een mooie introductie zijn op het werken met tekensoftware en de lasersnijder. Omdat de leerlingen een voorwerp maakten dat ze daarna daadwerkelijk konden gebruiken, zou dit opvallen bij familie en medeleerlingen. De makers zouden trots zijn op hun zichzelf en hun creatie.  Het plan werkte.


De tweede workshop kwamen ze allemaal terug omdat familie, vrienden en zelfs docenten ook zo’n mooie eigen gemaakte sleutelhanger wilden hebben.
Na de derde workshop vond Paulo dat het tijd was om iets anders te gaan doen. Aan het begin van de workshop gaven ze een korte uitleg over robotica, maar de leerlingen hadden hier eigenlijk geen interesse in. Ze wilden sleutelhangers maken! Er was duidelijk iets gaande dat niet de bedoeling was: de maakplaats was geen plek meer om te experimenten, maar een sleutelhangerfabriek geworden.

Hoe was dit zo gekomen? De leerlingen hadden met de sleutelhanger iets gemaakt dat ze zelf konden gebruiken, hier hadden ze een high-tech apparaat voor gebruikt waarvan ze niet dachten dat ze die konden bedienen. Het resultaat zag er professioneel uit en het oogstte ook bewondering van de omgeving. Kortom, het leverde een grote beloning op voor een relatief kleine inspanning. Daar komt ook nog bij dat de bewondering van de omgeving vooral in het product zat en niet in het proces. Het product werd dus belangrijker geacht dan het proces. Terwijl het in een maakplaats nou juist om het proces gaat.

Voor Paulo voelde het alsof ze met de maakplaats het Paard van Troje hadden binnen gehaald. Er was een hele set aan apparaten en materiaal de school in gereden om de leerlingen te laten experimenten, ontwerpen en ontdekken. Maar het enige dat de leerlingen zagen was de mogelijkheid om op een makkelijke manier mooie producten te maken. Hierdoor werd duidelijk dat de leerlingen twee soorten beloningen ervaren bij het werken in een maakplaats:

  1. Ze verdoezelen het gemak van het maakproces, waarmee ze de waarde van het eindproduct vergrootten voor anderen. Hierdoor blijven ze terug komen om sleutelhangers te maken.
  2. Ze maken het proces inzichtelijk; het maken is eigenlijk niet zo moeilijk. Hiermee suggereren ze dat ze een onbeduidend product hebben gemaakt. Het resultaat hiervan is dat de leerling het product wil verbeteren om het meer waarde te geven. En dus komen ze terug om andere mogelijkheden te onderzoeken en uit te proberen.

Het is dus belangrijk dat wij ons realiseren dat bezoekers op deze manieren naar de maakplaats kunnen kijken. En dat vooral het eerste type beloning de maakplaats als leerplek ernstige schade toe brengt. Het ontwikkelen van kant-en-klaar, bijna recept-achtige opdrachten maken van de maakplaats een schoolse plek, waarbij beloning type twee veel meer ruimte geeft voor onderzoek.

Hoe voorkom je dit probleem?

De oplossing voor het 'sleutelhanger syndroom' is niet simpel. Want er zullen altijd redenen zijn om te kiezen voor makkelijke projecten die mooie producten opleveren in plaats van rommelige, ingewikkelde projecten die misschien een ‘lelijk’ resultaat als uitkomst hebben. Als eigenaar van een maakplaats is het daarom goed om duidelijk voor ogen te hebben wat het doel is dat je met je maakplaats wil bereiken.
Wil je jouw bezoekers projecten laten uitvoeren die binnen een vooraf bepaalde tijd af moeten zijn, en tot een duidelijk product zullen leiden? Het gevaar is dat je bezoekers waarschijnlijk niet meer zullen leren dan ze eigenlijk al wisten.
Of kies je voor langdurige projecten waarbij de bezoekers alle ruimte krijgen om zelf te bepalen wat ze gaan doen, inclusief een open einde?

 

Voor Paulo en zijn team was het ondertussen duidelijk dat zij zich liever concentreerden op langdurige projecten, omdat dit meer in lijn is met het doel dat zij met hun maakplaats voor ogen hadden. Bovendien heeft deze aanpak de volgende voordelen:

  1. De focus van een langdurig project ligt op het proces in plaats van het eindresultaat. Je versterkt dit door de deelnemers ingewikkelde onderdelen van het proces met elkaar te laten bespreken en hen te laten bepalen hoe deze uitdagingen tot het resultaat hebben geleid.
  2. Het is makkelijker om het doel van de maakplaats te richten op het proces in plaats van een specifiek eindresultaat. Als er meer tijd en ruimte is om ergens aan te werken kunnen er nieuwe ideeën worden uitgeprobeerd en kunnen doelen worden bijgesteld. Dit is ten slotte de basis van iedere maakplaats.
  3. Het biedt de mogelijkheid om het ontwikkelproces steeds opnieuw te doorlopen. Letterlijk vallen, opstaan, ontwikkelen, aanpassen, opnieuw beginnen, frustratie en euforie als het lukt. Vooral het leren omgaan met mislukkingen is iets waar in het onderwijs maar weinig aandacht aan wordt besteed en een maakplaats is hier de aangewezen plek voor.

Een voorbeeld van zo’n langdurig project vind je in het BiblioLab van FlevoMeer bibliotheek. Iemand bouwde daar met behulp van een 3D-printer een orgel. Elk onderdeel dat hij tekort kwam kon hij zelfstandig maken, helemaal naar zijn eigen wens.

Conclusie

We leven in een wereld die gekarakteriseerd wordt door onzekerheid en snelle verandering. Veel van de dingen die we nu leren, zijn over een tijdje niet meer relevant. Succes in de toekomst hangt dus niet af van wat of hoeveel je weet, maar van jouw vaardigheden om creatief te denken en handelen. In hoeverre ben je in staat om te improviseren en je aan te passen? Hiermee voorkom je dat je vast komt te zitten aan oude plannen wanneer zich nieuwe situaties voordoen. Allemaal zaken die worden benoemd bij de 21e-eeuwse vaardigheden, en die je leert in een maakplaats.

Daarom is het belangrijk dat de maakplaats een plek is waar ruimte wordt geboden om te ontdekken en te experimenteren. Het 'sleutelhanger syndroom' wordt buiten de deur gehouden. Want dit verschijnsel legt twee belangrijke onderdelen van een maakplaats als leeromgeving bloot, die het hogere doel in de weg kunnen zitten.

  1. Met al het beschikbare materiaal, techniek en gereedschap is het mogelijk geworden om op een makkelijke manier mooie voorwerpen te maken.
  2. Hierdoor ontstaat er een beloningssysteem voor de makers waarbij de kans groot is dat zij in simpele projecten blijven hangen die weinig inspanning kosten, maar wel grote bewondering oogsten van buitenstaanders.

Daarom is het belangrijk om de verleiding van simpele, recept-achtige projecten te weerstaan en voor langdurige projecten te kiezen. Hiermee voorkomen je dat jouw maakplaats een sleutelhanger- of telefoonhoesjes-fabriek wordt.

Reacties (0)

Reageren

Meer blogposts van Babette Egges