#MNX18: De Perfecte Wereld

#MNX18: De Perfecte Wereld

Een samenvatting van een inspirerende dag

Vorige week dinsdag 15 mei was het weer tijd voor de Mediawijsheid Network Experience (#MNX18), het netwerkevenement dat jaarlijks georganiseerd wordt door Mediawijzer.net en plaats vindt in Beeld en Geluid (B&G). Het thema van deze jubileum editie was ‘De Perfecte Wereld’ en op het programma stonden de kersverse B&G Directeur Eppo van Nispen tot Sevenaer, hoogleraar transities en transitiemanagement Jan Rotmans, hoogleraar mediastudies Mark Deuze en cultuurhistoricus Eva Rovers. Na de inmiddels welbekende sessies (die dit jaar in een ander jasje waren gestoken, maar daarover later meer), was het aan theatermaker Oscar Kocken om het dagprogramma af te sluiten met een ‘column/hoopvol betoog’. Voor iedereen die #MNX18 heeft moeten missen een samenvatting van het plenaire programma...

“Media en vooral digitale media, bieden ons eindeloze mogelijkheden om ons leven en de wereld om ons heen vorm te geven — mits we er goed mee om kunnen gaan. Als jij droomt over de toekomst: hoe ziet die er dan uit? Hoe gaan we in jouw perfecte wereld om met de vele kansrijke maar soms ook ontregelende of ronduit bedreigende ontwikkelingen in media?”

Aan de hand van bovenstaande vraagstelling opende freelance journalist en dagvoorzitter Yasmina Aboutaleb #MNX18 om daarna het woord snel te geven aan Eppo van Nispen tot Sevenaer, die tijdens de inloop die ochtend reeds fotograferend en handjes schuddend gespot was tussen de aanwezige bezoekers. Op zijn bekende enthousiaste wijze blikte hij terug op tien jaar Mediawijzer.net (inclusief welverdiende felicitaties voor Mary Berkhout, programma directeur bij Mediawijzer) en toonde hij op passende snelheid hoe rap de ontwikkelingen op het gebied van (digitale) media de afgelopen decennia zijn gegaan: van Chriet Titulaer tot Steve Jobs en van mobiele telefonie tot fake news.

Een verandering van tijdperk

Het woord is vervolgens aan de eerste keynote speaker Jan Rotmans, “die niet alleen een gepassioneerde en rebelse wetenschapper is, maar met verscheidende initiatieven ook een actieve bijdrage levert in de wereldwijde transitie naar een meer duurzame wereld waarin de mens (opnieuw) centraal staat”. Zoals het een trendwatcher betaamt regent het kekke oneliners, die niet altijd gemakkelijk naar de praktijk (van de Bibliotheek) te vertalen zijn en nog moeilijker op hun waarheidsgehalte te controleren zijn: “We leven niet in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk. Kom in actie, vier de chaos! Wat je nu niet meer zou bedenken, moet je afschaffen. Richt een ministerie van afbraak op. De 3D printer wordt groter dan het internet. Niet technologie, maar de burger is disruptief. Geen overheid, maar onderheid.”

Ondanks dat geniet ik van het verhaal van deze begenadigde spreker en met mij de rest van het publiek. Er is een tweetal punten uit het relaas van Jan Rotmans die bij me zijn blijven hangen en die ik even uit wil lichten. Ten eerste beweert hij dat door digitalisering de behoefte aan intermenselijk contact steeds groter wordt, een ontwikkeling die ik zelf ervaar in mijn omgeving. Zo wordt het social mediagebruik van vrienden en bekenden steeds minder en bewuster, is het aloude gezelschapsspel weer ontzettend populair en zoeken studenten elkaar weer op om samen hun examens te leren. Hierin ligt ook een grote kans voor bibliotheken en veel van hen zien en grijpen deze kans ook al

En ten tweede roept Rotmans op dat we onze kinderen moeten leren omgaan met onzekerheid en dat we ‘het maken van fouten’ moeten belonen. Ook op scholen. Of juist op scholen. De nieuwe wereld verandert namelijk zo snel dat mensen (en organisaties en bedrijven) steeds wendbaarder moeten zijn om te kunnen overleven.

Ook deze ontwikkeling is al een poos zichtbaar (ook in Bibliotheekland). Kennisnet en SLO stelden het model voor de 21ste eeuwse vaardigheden op met als doel van leerlingen wendbare burgers te maken, het maakonderwijs en learning by doing (wat eigenlijk gelijk staat aan learning by failing) staan weer volop in de spotlight, in steeds meer Bibliotheken worden Fablabs en maakplaatsen opgericht waarin volop geëxperimenteerd kan worden, en CoderDojo’s en programmeerclubs worden druk bezocht door codeergrage leerlingen. We doen het dus helemaal niet zo slecht en dat is ook wel eens goed om te beseffen!

Leven in Media

Up next is Mark Deuze, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam en schrijver van het boek Leven in Media. Deuze is met zijn zuidelijke tongval een oase van rust na de woordenwaterval van Jan Rotmans. Het centrale betoog dat Mark Deuze in zijn keynote maakt is dat we niet meer leven mét media, maar ín media. Computer interfaces worden steeds intuïtiever en inclusiever waardoor de scheidslijn tussen de werkelijke wereld en de digitale wereld steeds vager wordt. Mediawijzer.net vatte het mooi samen in deze tweet: “Media zijn wat we doen, waardoor media ‘verdwijnen’ en opgaan in onze leefomgeving en onze werkelijkheid.”

Ik moest meteen denken aan de recente Netflix-film Anon, waarin een anonieme huurmoordenaar ieders mind’s eye (een hypermoderne en geïmplanteerde variant van de Google Glass) kan hacken en zo herinneringen kan veranderen of zelfs helemaal kan laten verdwijnen.

Klinkt behoorlijk dystopisch toch? Een wereld waarin niet meer duidelijk is wat media is en wat door derden in scene is gezet. Maar gelukkig is er hoop! Want alhoewel we dus niet de keuze hebben of we leven in media, kunnen we wél kiezen op welke manier we dat doen. Deuze verwijst hierbij naar het werk van Ivan Illich, de Oostenrijkse priester, denker en humanist, die onderscheid maakt tussen twee vormen van techniek (en media), die op Wikipedia als volgt worden omschreven:

“De eerste vorm is voor een groot aantal mensen toegankelijk en draagt bij tot een merkbare lotsverbetering en grotere zelfverwerkelijking; de tweede vorm daarentegen is duur, sterk gespecialiseerd, daardoor voorbehouden aan experts van wie men massaal en zelfs voor elementaire levensactiviteiten afhankelijk wordt.”

Technologie en media moeten dus een middel zijn om (beter) met elkaar te kunnen samenleven. En dus niet een middel om een happy few stinkend rijk te maken. Als positief voorbeeld van media noemt hij de sociale impact die de #metoo-beweging heeft gemaakt. Om dit te kunnen bereiken, moeten we spelen en experimenteren met media. Regels zijn er namelijk vaak nog niet. We moeten als een DJ onze eigen mix maken. Dit raakt ook weer aan het betoog van Jan Rotmans dat we fouten niet moeten afstraffen, maar dat we ze als een integraal onderdeel van het leerproces moeten zien.

Voor democratie bestaat geen app

De verrassing van de dag is voor mij persoonlijk de laatste keynote speaker Eva Rovers, cultuurhistoricus en biograaf. Het verfrissende aan haar verhaal is dat zij de initiële vraag van #MNX18 — hoe wij in een perfecte wereld met media moeten omgaan — in wezen reduceert tot de vraag hoe wij in de perfecte wereld met elkaar om moeten gaan. De subtitel van haar presentatie luidt dan ook “Een betere wereld begint bij jezelf… Maar laat hem daar niet eindigen”.

Rovers verbaast (of beklaagt) zich erover dat de wereld steeds zwart-witter lijkt te worden terwijl er tegenwoordig juist zoveel kennis ter beschikking is. Maar in plaats van begrip voor elkaar, zitten we allemaal gevangen in onze eigen tunnelvisies, echokamers en filter bubbels, die zij vormen van zelfopgelegde verzuiling noemt. De kleurrijke wereld wordt teruggebracht tot vijftig tinten grijs. Drijvende kracht in deze polarisering is de angst die we hebben voor de ander. Opvallend genoeg wordt deze angst eerder op dag ook al genoemd door de andere twee keynote speakers. Angst voor media, voor vernieuwing, voor elkaar, voor missing out, maar vooral voor de ander dus.

Rovers stelt verder dat we steeds meer consument en steeds minder burger worden. Koopkracht is leidend, roem is belangrijk en actief burgerschap wordt steeds meer ondermijnd vanuit de overheden. En dit wordt ook met graagte in stand gehouden door 'those in power'. Media zijn hierin de 'brood en spelen' van de 21ste eeuw. Onderzoek zou uitwijzen dat we politiek en maatschappelijk gedemotiveerd worden door het consumeren van bepaalde mediavormen. Zo zou er een correlatie zijn tussen het kijken van bepaalde televisieprogramma’s en de bereidheid om te gaan stemmen. (Bronnen worden echter niet genoemd en deze bewering lijkt bovendien lijnrecht te staan tegenover de bewering dat er nog nooit zoveel burgerinitiatieven worden ingediend als nu, zoals Jan Rotmans aan het begin van de dag stelde. Wie er dus gelijk heeft, weet ik niet.) 

Voor democratie bestaat geen app, concludeert Rovers tenslotte. We moeten zelf proactief naar ons mediagebruik kijken. Een bewuste en mediawijze mediaconsument zou het 'common good' moeten zijn dat het individuele belang zou moeten overstijgen. Laat media de instrumenten worden om de wereld en elkaar beter te begrijpen en niet om jezelf te profileren (zie ook de verwijzing naar het werk van Ivan Illich in het verhaal van Mark Deuze) en leg in deze wereld van algoritmes bovendien de nadruk op empathie (zie ook de toename van het belang van intermenselijk contact in de keynote van Jan Rotmans).

Rovers sluit af met een pleidooi om kinderen al op jonge leeftijd les in filosofie te geven, en dan niet alleen de Westerse, opdat we niet alleen mediawijs maar ook wereldwijs worden en hier kan ik me alleen maar bij aansluiten.

Parallelle Sessies

Na het plenaire programma wordt de zaal in een zestal groepen verdeeld, die allemaal dezelfde sessie gaan doen. “Via design thinking, contemplatieve dialoog, muzische reflectie en hexagonaal denken produceren de groepen in een tijdsbestek van een uur talloze ideeën over de perfecte wereld waarin iedereen deelneemt aan de gemedialiseerde samenleving”, aldus de beschrijving. In het kort bestond de oefening vooral uit het opschrijven en voorlezen van de eigen indrukken van de dag. Vervolgens werd deze oefening herhaald maar dan als reactie op de eerste schrijfsessie. En tenslotte werd er aan het einde pas gesproken over ieders schrijfsels. Vertragen en versnellen. Elke sessie wordt begeleid door een sessieleider die inhoudelijk onderlegd is in Design Thinking werkvormen en die tevens een muziekinstrument bespeelt. 

Sessieleider Bart van Rosmalen op de cello

Dit programma werd bedacht door Keipe de Heer van PerfectStorm in samenwerking met Bart van Rosmalen, theatermaker en -vernieuwer en tevens werkzaam aan de HKU. De werkvorm die we gebruikte tijdens de sessie vond ik verfrissend en het was de eerste keer dat ik meemaakte dat een sessieleider aan het einde een staande ovatie van zijn groep kreeg. Dus chapeau Bart van Rosmalen!

De resultaten van alle groepen werden aan het einde van het dagprogramma plenair gepresenteerd en muzikaal begeleid door de zes begeleiders. Hierna was het woord aan Oscar Kocken. Of zijn afsluiting een column of een hoopvol betoog is geworden, weet ik niet. Helaas zat ik wegens andere verplichtingen al in de auto naar huis. Moe maar voldaan en vol nieuwe ideeën dankzij een inspirerende dag. Bedankt Mediawijzer.net en op naar de volgende tien jaar!

Meer blogposts van Ruud Brok