Een dagje Projectendag

Een dagje Projectendag

Als ware marktkooplui waren medewerkers van ProBiblio in de weer, rennend en vliegend met palen, luifels en kisten. Maar, hard work pays off, alles zag er fantastisch uit. Vraag en aanbod kwam samen op donderdag 9 november tijdens de Projectendag. De dag waarbij bibliotheken zich kunnen oriënteren en verdiepen in de materie van de projecten van het volgende kalenderjaar. Bekijk de foto's!

Energetisch debat

Hij kan er niets aan doen, hij is gewoon zo geweldig. Richard Engelfriet was wederom (2016) dagvoorzitter van de Projectendag. Energie, veel tekst (die ook nog ergens op slaat) en alles signalerend doet hij zijn ding, en het was wederom een succes. Ik vroeg hem wat hij van de branche vindt, hoezo terugkeren als dagvoorzitter bij ‘onze bescheiden’ Projectendag? “Ik vind het heel leuk om terug te zijn, wat ik doe is vaak kort van aard en nooit hetzelfde! De bibliotheekbranche doet goed werk, jullie zijn continu in ontwikkeling en haken aan bij wat er in de wereld gebeurt. Net als bij het onderwijs, jullie willen graag aan de slag en dingen oppakken, dat is geweldig!” 

Om maar even door te gaan op dat ‘doen van goede dingen’, Richard opende de dag met de stelling: We gaan de goede kant op met de projecten. Sta op en verdeel: rechts is negatief, links positief, en alles wat daar tussenin zit… zit er tussenin. Het merendeel stond toch aardig aan de positieve kant, ware het niet dat daar ook veel medewerkers van ProBiblio bij stonden en die zijn uiteraard mogelijk (een heel klein beetje) bevooroordeeld. Desalniettemin veel positieve klanken, dus ook van de externen, we zijn goed bezig! De meest gehoorde opmerkingen waren: 

  • Het mag wel wat duidelijker, wat is de status?
    Antwoord: Elk kwartaal brengen we een rapportage uit over de voortgang van de netwerkprojecten en op korte termijn verschijnt de projectvoortgang ook op de website (daarover later meer).
  • Welke projecten zijn er dan, wilden vooral de nieuwe bibliotheekmedewerkers weten?
  • We verbinden externe partijen met elkaar.
  • Er is energie bij collega’s.
  • Er wordt goed nagedacht.

Het zou de branche niet zijn zonder prachtige oneliners dus ik zal u deze niet onthouden: De molens malen langzaam maar gestaag. Engelfriet vindt dat bibliotheken vooruitstrevend zijn, “Niets blijft bij het oude, jullie experimenteren. Met wisselend succes maar dat is goed, je moet niet achterover hangen!” Wie ook niet achterover konden hangen waren ProBiblio directeur Anne Rube, Theo Schilthuizen (voorzitter BOZH) en Frans Bergfeld (voorzitter SOOB). Alle drie riepen ze uit wat een fijne energie er hing, een positieve vibe! Anne nam als eerste het woord en gaf aan dat ProBiblio een lerende organisatie is, en blijft, en dat alle feedback dus welkom is. 

Programma’s versus Projecten

Er blijkt wat onduidelijkheid over het verschil tussen programma’s en projecten, verheldering wordt gegeven. Er zijn doelstellingen gesteld, hieraan hangen programma’s. Aan deze programma’s en daarmee het behalen van de doelstellingen werken de bibliotheken zelfstandig. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het netwerk en ProBiblio staat daarbij niet aan het roer. Waar ProBiblio wel aan het roer staat is bij de projecten, die zij ook initiëren, hierbij is de inzet en verhouding anders. 

Sommige bibliotheken lopen voorop en brengen daarmee automatisch meer naar het netwerk dan ze ophalen, en omgekeerd. ProBiblio heeft hier aandacht voor en wil dit rechttrekken. Dit is iets dat samenhangt met de verdeling van de subsidies, waar ook naar gekeken wordt. Als voorbeeld wordt het ‘Multiplier effect’ genoemd waarbij een euro van ProBiblio twee euro voor de Bibliotheek oplevert. Grootste euvel: We moeten niet steeds het wiel opnieuw uitvinden. Samen staan we sterker, samenwerken scheelt geld en laten we co-creëren in plaats van Top-down beleid voeren.

Meer werk, meer werkdruk

Er is een evaluatie gehouden onder bibliotheekmedewerkers omtrent de werkdruk. “Het is best even wennen, er zitten niet meer uren in een dag en kijken naar het grote geheel is daardoor lastig”,  stelt Frans Bergfeld. Er is meer werk met die projecten en daardoor is de werkdruk hoger. Niet iedereen weet hoe ze met die werkdruk om moeten gaan of waar prioriteiten liggen, hoe verdeel je de uren van projectteams, welke van de vele bijeenkomsten zijn belangrijk, en zo zijn er nog meer vragen. Wat gezellige Ajax/Feijenoord grapjes later (kon ook niet anders met deze twee mannen op het podium) geeft Theo Schilthuizen aan dat hij geen knelpunten ziet maar kansen. Anne legt uit: “We gaan hier intern beter kijken naar waar de capaciteit zit en zorgen dat we bronnen effectief aanboren. Dit geldt ook voor de Bibliotheek! Monitor hoe het gaat en doordring je mensen ervan dat dit echt bij hun werk hoort”. Bij ProBiblio lag de focus op de ontwikkeling en niet op implementatie, voor dat laatste komt nu meer ruimte zodat we beter kunnen aansluiten bij de behoefte van de bibliotheken.

Taalnetwerk BOZH

“Het benaderen van bedrijven door bibliotheken gaat onverwachts goed en als vanzelf!” stelt Theo Kemperman, “Er moet veel voor georganiseerd worden maar het is de moeite waard.”. Hij geeft nog maar eens aan dat kennis delen enorm belangrijk is (die horen we vaker), zoals bijvoorbeeld tijdens kenniscirkels gebeurt. We kunnen het allemaal wel zelf willen doen, maar dat kan gewoonweg niet, dus verwijs elkaar door. Er wordt gevraagd naar de inzet van vrijwilligers, volgens Kemperman mooi en hartverwarmend maar een groot risico, “Het trainen en in hun eigen kracht zetten (pas op: jeukwoord) is een hele klus”. Er is een effectmeting gehouden onder vijf taalcafés in Zuid-Holland, dat loopt namelijk erg goed. Hoe zorgen we ervoor dat het zijn eigen succes niet overstijgt? 

SOOB 100% bereik

Martin Berendse van de OBA en Barbara van Walraven beklimmen het podium en geven meteen aan dat Noord-Holland eigenlijk maar een achterstandswijk is, doelend op de ongelijke subsidies en voetbal (kon niet uitblijven). Wat hoongelach maar ook instemmend gelach opwekt, misschien grappig maar pijnlijk waar. Dat neemt niet weg dat er fantastische initiatieven ontstaan. Er is besloten één van die onderwerpen stevig beet te pakken en te zorgen voor concreet resultaat: 100% actief bereik bij kinderen van 0-18 jaar. Wat blijkt, hoe kleiner de bibliotheekorganisatie, hoe beter dit lukt. Er worden generieke programma’s aangeboden voor alle kinderen in die leeftijd, niet persé voor kinderen die je nog niet hebt bereikt. Daarnaast wordt er collectief gewerkt aan het vergroten van de instroom in de laagste leeftijdscategorie. “Als een programma een succes moet worden, moet het binnen de organisatie ook prioriteit hebben”, stelt Martin. 

Er ontstaat een debat, “Alsof je tandpasta aan het verkopen bent”, roept iemand uit het publiek. Hij vindt het een marketingpraatje: “Denk eens aan het persoonlijke contact!” Maar we moeten het beiden doen, marketing en persoonlijk contact. Het één sluit het ander niet uit, sterker nog, het één kan niet zonder het ander. “Het gaat er niet om hoe we het maken, maar hoe we het verkopen!”

De Klassieke Bibliotheek en de innovatieve Bibliotheek

Er is een transitie gaande, Wouter van Heijningen van Maassluis neemt plaats. Hij geeft aan dat we de Bibliotheek niet moeten belasten met alleen maar nieuws maar moeten helpen bij de optimalisatie van bestaande processen. Als we daarin investeren houd je tijd en middelen over. In de Toonkamer bij ProBiblio hangt een permanente verzameling good practices, samengesteld door Frederike Kuijpers, adviseur M&O. Iedereen is welkom om een kijkje te nemen. Het blijft overigens een grote, immer terugkerende vraag, waar vinden we alle informatie over alle projecten en resultaten. Het antwoord dat ik na vele reacties uit het publiek zelf vrijelijk gevormd heb: haal het op, het is een netwerk, er zijn tientallen platforms en databases maar je moet er wel wat voor doen!

Voortbordurend op de transitie van de Klassieke bibliotheek, zijn we met zijn allen continu bezig met innoveren. Of het praten erover, maar vooral pogingen om het ook echt te doen. Dat is moeilijk, tijden veranderen, mensen veranderen, dus kunnen we sowieso al niet minder doen dan mee veranderen. René Kronenberg van ProBiblio en Floris Venneman (ondernemer en adviseur businessmodellen) houden een sessie gevuld met mogelijke innovaties. Hoe is het businessmodel van jouw Bibliotheek? Hoe staat het met die unieke combinaties met het bedrijfsleven? Handjes uit de zakken! Ze pleiten voor Estafette Thinking (mooi, kende ik nog niet) waarbij we (nogmaals) delen!

Maatschappij, onderwijs en vervoer

Adviseur onderzoek van ProBiblio Jolijn Faber besteedt samen met Marjolijn Oomens van de KB aandacht aan de maatschappelijke waarde van de Bibliotheek. Die is er sinds mensenheugenis maar de strekking verandert. De Bibliotheek heeft een steeds bredere functie, een andere waarde. Waarde is een breed begrip, dus wat gaan we uiteindelijk aanpakken? Een effectmeting biedt antwoord, maakt vage begrippen concreet in zowel cijfers als tekst. 

Naast de samenwerking met bedrijven, is de samenwerking met het onderwijs een belangrijke pijler van de Bibliotheek. Volgens Caroline Heijer hangt er iets in de lucht en het is niet de geur van de lunch. Het is de Monitor dBos voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Daaruit bleek dat jonge kinderen lezen erg leuk vinden maar zodra ze op het vo komen, vindt 57% het niet leuk of zelfs vervelend. Dat kan niet de bedoeling zijn!  Daarbij komt dat vmbo leraren het niveau van 75% van hun leerlingen onvoldoende vinden. 

Petra Jellema van de afdeling logistiek bij ProBiblio takes the stand en vertelt over het Interbibliothecair leenverkeer (IBL). Wat is de toekomst? Hoe gaan we om met e-books, verandering in het bibliotheekstelsel en verwachting van de klant en subsidie verstrekker? Hoe zijn collecties in de toekomst? Digitaal? Floating? Ik zie persoonlijk wel wat in bezorging met een drone. Ook hier is het keyword samenwerking, vooral als de middelen in kleine gemeenten minder worden.

Het land in en communities vormen

Een landelijk initiatief is de VoorleesExpress, bedoeld voor kinderen met een taalachterstand. Stephanie de Kruif geeft aan dat ouders een heel belangrijke rol spelen bij dit fenomeen en daarom absoluut betrokken moeten worden. Binnen het gezin is er vaak een vaste plek voor taal en leesplezier. Tijdens de sessie halen zij op wat bibliotheken nodig hebben voor dit initiatief.

Tot slot betreedt Jet Govers het podium om het te hebben over de Bibliotheek en communities. Een community is kortgezegd een groep mensen die iets met elkaar gemeen hebben. Onze organisatie is de verbindende factor. Hoe zorg je ervoor dat deze groepen de Bibliotheek structureel vinden? Het draait niet alleen om zenden maar ook om ontvangen, dus moeten we (jawel) delen!

Een rondje over de markt

Alsof ik op vrijdag door het Heemskerkse dorp loop, zo voelt het een beetje. Alleen bij deze markt krijg je broodjes, pepernoten, blokjes kaas en een goed gesprek. De gang loopt bijna direct vol en bij ieder kraampje wordt druk overlegd en gediscussieerd. Dat is een goed teken, geen mens staat afwachtend langs de zijlijn, alle projectleiders doen hun ding. Een aangevlogen taalhuis coördinator vond de energie tijdens het plenaire gedeelte eerst wat moeizaam maar kreeg daarna veel inspiratie: “Ik heb een sessie uitgekozen waar ik puur voor mijn functie in het Taalhuis wat aan heb maar ook eentje over een heel ander onderwerp, ik ben benieuwd!” Een verse bibliotheekmedewerker uit Vlaardingen zat met klapperende oren te luisteren, voor haar veel nieuwe en boeiende informatie en ze benadrukte de goede sfeer!

Met een kopje (hele goede) koffie hol ik achter Theo Kemperman aan die met haastige spoed vertrekt. Hoe hij het had ervaren? “Het was heerlijk! De zichtbaarheid van de POI werd nu eens goed duidelijk gemaakt, wat is er allemaal te doen? Jullie zitten met je voeten diep in de klei van allerlei projecten en zijn zo belangrijk. En ik heb mensen weer even goed gesproken.”

Verdieping zoeken

De verdiepingssessies starten en de bezoekers haasten zich naar hun zalen en lokalen, de marktwaar wordt opnieuw geordend en de kooplui hebben eindelijk tijd voor een eigen broodje en drankje. Terwijl ik nog wat mails wegwerk, schiet een collega mij aan, “Heb jij haarlak?!” wat een rare vraag, nee... Wat blijkt, Japke-d. Bouma is gearriveerd en kreeg een ‘Hoofddorpse’ hoosbui over haar kapsel. Als de pieken zijn getemd, vraag ik de auteur, columnist en redacteur hoe ze het vindt om uitgenodigd te zijn binnen het bibliotheekwezen. “Zo fijn, het is echt heerlijk om hier te zijn. Normaal gesproken krijg ik eieren en rotte tomaten naar mijn hoofd gegooid door gepikeerde zakenlui.”

Om half vier verzamelen, zichtbaar wijzere aanwezigen, zich weer in de zaal. Richard Engelfriet begeleidt de korte evaluatie over de sessies en workshops, welke heel verschillend waren, met verschillende energieën en uitkomsten. Een mooi nieuw woord werd bedacht: De Barbapapabieb! Zorg dat je flexibel bent, je aanpast naar de omgeving en omstandigheden. Het algehele gevoel is dat we trots mogen zijn!

Wat gebeurt er na vandaag? Op 16 november worden de projectplannen opgeleverd, bibliotheken krijgen vervolgens de kans en tijd om erover na te denken en zich in te tekenen. Deze tijd loopt tot 25 november, dan verwachten we ieders reactie op de voorstellen. 

Jeukwoorden en ‘meetootjes’

Onder luid applaus bestijgt Japke het podium. Voor wie het nog niet weet, Japke-d. Bouma is columnist en redacteur voor het NRC. Haar columns gaan over kantoor en ergerlijke kantoortaal en zijn gebundeld in inmiddels vier boekjes. Ik heb enorm uitgekeken naar deze afsluiting van de dag want ik ben stiekem een beetje fan, haar schrijfstijl (en spreekstijl dus blijkbaar ook) is fantastisch en immer hilarisch.

“Dag mensen van de Bibliotheek, mensen die serieus nog wel eens een boek lezen, wat fijn om hier te zijn… Echt een warm bad!” Hoewel, een warm bad is helemaal niet zo lang warm en daarmee eigenlijk niet zo lang lekker, bah, niet meer zeggen. Hoezo jeukwoorden, hoezo deze afkeer van populaire taal, dikdoenerij en verengelste uitdrukkingen? Japke komt uit een gezin van hard werkers, een moeder die geboren werd in de troosteloosheid van de veenkoloniën en haar Friese vader rooide als jongen bieten in de Noordoostpolder. Hard werken, weinig lullen. En die letter achter haar naam staat niet voor een soort straattaal als in ‘Japked’ (wat ik dus wel cool vond) nee, het staat voor haar tweede naam, Japke Doutzen Bouma, geen familie van.

Het blijkt al snel dat ze met haar semi-dubbelzinnige opmerkingen ook binnen deze branche al snel de lachers op haar hand krijgt. Klantcontact voelt wel een beetje ‘Yab-Yummerig’. Net als al dat laaghangende fruit dat we elke dag plukken op kantoor. “Laaghangend fruit was nooit een succes, denk maar aan Adam en Eva die werden er niet vrolijk van. Of dat je in een trein zit, veel te druk en er staat een meneer veel te dicht bij je in het gangpad, dat soort laaghangend fruit. Met recht een ‘meetootje’. Of zo’n hond, een wat oudere hond met laaghangend fruit tussen de pootjes…”  Of wat denk je van de volgende: Mag ik even iets tegen je aan houden? “Wat wil je tegen me aan houden dan, kan ik blijven zitten, duurt het lang? Moet ik staan of kan ik doorwerken?” Veeg me op… #metoo

Bouma vindt ‘proces’ misschien wel het ergste jeukwoord. We zitten met zijn allen op een proces, in, onder, tussen, over. Illustraties vanuit de beamer ondersteunen het relaas. “En al die vlakken overal, ik krijg het gevoel dat de Bibliotheek op een soort San Andreasbreuklijn staat. Snijvlakken, draagvlakken, breukvlakken. Ik ga straks even langs de Gamma, 6m² draagvlak halen.” Gelach, geknik, herkenning. Vooral bij het stuk over je comfortzone, hoezo willen we daaruit, out of your comfortzone? Mensen functioneren over het algemeen het best IN hun comfortzone. Dus laten we een ieder alsjeblieft helpen om er ín te komen, in plaats van mensen eruit te halen of wanhopig proberen het geluk erbuiten te zoeken.

Wat in mijn ogen het meest verschrikkelijke woord is op kantoor, en je ontkomt er bijna niet aan, innovatie. Laten we continu blijven innoveren, we moeten innovatie bevorderen, innovation is key. Nee, innoveren is iets waar je niet over praat, je doet het gewoon! Als het al nodig is, overigens, de meeste dingen werken gewoon prima zoals ze al eeuwen prima gewerkt hebben.

Een statement waar ook Richard Engelfriet het mee eens is, ik vroeg hem waar hij jeuk van krijgt. “Van vage taal. Ik noem dat ook wel Cliché Diarree, zinnen die niets betekenen. Denk maar aan onze Koning, die kan een half uur praten en dan heeft hij nog niets gezegd. Maar, hij stoot ook niemand tegen het hoofd, en dat is natuurlijk lekker veilig. Een goed voorbeeld van de tegenhanger is Pim Fortuyn...” Nog een wijze les als afsluiter, wat geeft Engelfriet de mensen mee: “Kies een kant, links of rechts, hoe spannend dat ook is. Zorg voor concrete taal en een concrete keuze, we schieten namelijk niets op met lege taal, in geen enkele branche. Stop met Cliché Diarree en start met kiezen!”

Meer informatie over de Projectendag? Mail naar jmoison@probiblio.nl.

Door Nicky Duin - www.nickyduin.com, foto's door Karin Ottenhoff.

 

Meer nieuws