De evolutie van het brein: wat kun je ermee?

YouTube, Netflix, (educatieve) apps voor de allerkleinsten, digitale prentenboeken. Ze zijn niet meer weg te denken voor onze baby’s, dreumesen, peuters en kinderen. Deze groep vormt de generatie Z ofwel de ‘echte’ digital natives. Hoe anders dan eerdere generaties groeien zij op en hoe kan de Bibliotheek hier op inspelen?

De meeste ouders behoren inmiddels tot de ‘millenials’ die niet al vanaf hun prilste jeugd in aanraking kwamen met technologie. Voor hun kinderen ligt dat heel anders.

Consequenties

Generaliserend kun je zeggen dat de generatie van nu opgroeit in een 24 uurs-informatiemaatschappij. Voor deze generatie geldt dat al die techniek niet enkel zaligmakend is. Zo worden zij onder andere gekenmerkt door een korte aandachtspanne, vervelen ze zich snel en zappen ze door het leven. Oorzaak hiervan is multitasking; ondergedompeld zijn in de continue gedeelde aandacht die zij ervaren.

Kinderen van nu zijn hierdoor eerder vatbaar voor stemmingsstoornissen, afnemende sociale vaardigheden en verminderd denk- en planningsvermogen. Dit klinkt behoorlijk deprimerend, maar er zijn ook voordelen. Zo kunnen zij snel informatie opzoeken en goed visualiseren omdat ze gewend zijn aan de snelle beelden van video en gaming.

Inspelen op veranderend gedrag

Bibliotheek en onderwijs kunnen inspringen op dit veranderende gedrag door sociale interactie juist te stimuleren! Denk aan verhalen vertellen en hiermee dicht bij de peilers van de Bibliotheek blijven. Zoek daarbij de aansluiting met de 21e eeuw.

Je bereikt kinderen beter door beeld (dat ze vaak snel begrijpen) en technologie in te zetten als je hen wilt leren plannen en dieper na te denken. En veel bibliotheken zetten bijvoorbeeld makerspaces, vlog-cursussen en mediacoaches in om kinderen en jongeren te binden. En wat te denken van ‘in stilte kunnen blokken voor je examens?’ Dat kan in veel bibliotheken!

Voor de allerkleinsten

Er zijn talloze apps te vinden voor de allerkleinsten onder ons en het liefste wil een ouder (opvoeder) ook geloven dat zij hier iets van leren. Maar de Nederlandse wetenschap bewijst dat kinderen van 0 tot 2 jaar nog niets kunnen leren van deze apps. Baby’s ontwikkelen hun brein door ervaringen op te doen in de 3D-wereld, iets wat een scherm niet kan bieden. Al leren ze er op deze leeftijd niets van, ze kunnen er wél plezier aan beleven. Hierdoor bieden deze apps toch een aanvulling op het échte speelgoed. En als je dan een goede app wilt vinden tussen het aanbod van 400.000 kinderapps, waar begin je dan? Op mijnkindonline.nl is precies te lezen waar je op moet letten.

Toch zullen de baby’s van nu ongetwijfeld reageren op al deze overdaad aan digitale techniek. Er zullen dan ook meer gedragsregels komen, meer onderwijs in het gebruik van (social) media, maar ook in het beschermen van je privacy. De Bibliotheek kan hier goed op inspringen en aanbod voor creëren.

Voorlichting voor ouders

Om ook de ouders verder te helpen, kun je vanuit de Bibliotheek de samenwerking zoeken met partners die veel aanbieden op het gebied van mediawijsheid. Zo kun je samen bijeenkomsten organiseren om ouders voor te lichten over apps en welke app bij welke leeftijd past. Er zijn ook veel apps die over taalvaardigheid, lezen en letters gaan voor de leeftijdscategorie 3 tot 7 jaar. Denk bijvoorbeeld aan de prentenboeken van Bereslim. Dit soort apps en digitale prentenboeken kan de Bibliotheek ook aanbieden bij een tabletcafé of op de website. Kortom, ook voor het swipende kind kan de Bibliotheek een mooie rol vervullen!

Bronnen

Doorpraten?

Neem contact op met Liesbeth Ulijn van ProBiblio via lulijn@probiblio.nl.

Bekijk ook