Oproep architecten: ‘Bieb, houd je inrichting planmatig up-to-date!’

Oproep architecten: ‘Bieb, houd je inrichting planmatig up-to-date!’

Netwerkadviseur Dick van Tol dacht terug aan het begin van zijn loopbaan toen hij laatst twee architecten sprak. Hen valt op dat bibliotheken de nieuw ontworpen inrichting onvoldoende functioneel en eigentijds houden.

Het was misschien wel de leukste functie die ik tot nu toe heb gehad. In de jaren 1989-1992 was ik hoofd van de Bibliotheek Landsmeer. Het waren de hoogtijdagen van de bibliotheek als uitleencentrum. Landsmeer, grenzend aan Amsterdam-Noord, beschikte over een ruime bibliotheek, maar liefst 4.000 van de 10.000 inwoners stond als lid ingeschreven. De relatief rijke en hoogopgeleide gebruikers lazen veel en wilden van alles weten. De bibliotheek werd intensief gebruikt en het was met een beperkte bezetting hard werken. In werkelijkheid vonden alle medewerkers het heerlijk om zo intensief bezig te zijn in een volop draaiende toko.

Eyeopener, maar toch wel logisch toch?

In deze periode in Landsmeer had het interieur van de bibliotheek een grote opknapbeurt nodig. Van die operatie is mij vooral het slimme plan bijgebleven dat voor die beurt en ook voor de lange periode daarna werd gemaakt. Want net als bij de meeste andere bibliotheken was het onderhoudsbudget beperkt en moest dat slim besteed worden. Om die reden werd de inrichting opgedeeld in elementen die jaarlijks en elke drie, zes, twaalf en circa 20 tot 25 jaar vervangen moesten worden. Daarmee werd ervoor gezorgd dat de inrichting enerzijds heel en anderzijds eigentijds bleef. Daarbij werd een onderscheid gemaakt in beeldbepalende elementen die op elk moment eigentijds moesten zijn en elementen waarvoor dat niet nodig was en die vooral lang mee moesten kunnen gaan.

Volgens dat idee werden bijvoorbeeld elke drie jaar de voor het publiek zichtbare deuren in een nieuwe – volgens de trend van het moment – kleur geschilderd en het stuk opvallende vloerbedekking in het intensief belopen baliegebied vervangen. Kostte maar enkele duizenden euro’s en de bibliotheek kreeg er toch een flink ander uiterlijk door. Eens in de zes jaar werd onder meer het zit- en presentatiemeubilair vervangen; de standaardboekenkasten na 20 tot 25 jaar.   

Zo slim en planmatig omgaan met de inrichting was voor mij indertijd een eyeopener, ook al ligt het op zich voor de hand natuurlijk.

Toch niet zo logisch….

Onlangs sprak ik de architecten Rob Bonneur en Simon Dries van InVorm, die in dit tijdsgewricht voor veel bibliotheken de inrichting verzorgen en met wie ik bij verschillende projecten heb samengewerkt. Ik vroeg hen waar zij bij hun werk voor bibliotheken tegenaan lopen en of Probiblio daarbij nog iets kan betekenen. Zij vertelden mij vervolgens graag te zien dat bibliotheken (weer) zoals hierboven beschreven met hun inrichting omgaan. Het heeft ongetwijfeld met krappe onderhoudsbudgetten te maken, maar zij zien tot hun spijt regelmatig dat als de inrichting eenmaal staat niet planmatig wordt omgegaan met het heel, functioneel en eigentijds houden ervan. Dit kan met het huidige steeds makkelijker aan te passen en recyclebare meubilair beter dan ooit. Ze vroegen me vervolgens of ik de bibliotheken eens hierop zou kunnen wijzen, want ze vinden het – zeker ook uit duurzaamheidsoogpunt – zo zonde.

Tijd om de creativiteit terug te laten komen

De mannen van InVorm hebben ook nog een andere wens. In en enkele jaren na de periode 2006-2013, merkten zij een verhoogde creativiteit bij hun opdrachtgevers. Bibliotheken en Probiblio waren toen zeer actief met bijzondere voorzieningen als Standbibliotheek, Kamerbibliotheek, Drive-inbibliotheek, Plug-inbibliotheek, Antikaakbibliotheek, Airport Library en Stationsbibliotheek, Inmiddels staan die initiatieven op een lagere pit. Zij zien die creativiteit graag weer terugkomen. Ik ook. Voor een goed idee mag je me uit bed bellen.

Reacties (0)

Reageren

Meer blogposts van Dick van Tol