Onderwijs over AI begint bij begrip, niet bij techniek

Interview Educatie
Gepubliceerd op 12 januari 2026

Door Maike van Pelt

in samenwerking met het leerteam AI

Bram van Mil staat met één been in de klas en met het andere in de wetenschap. Als leerkracht van groep 7/8 bij Kindcentrum Snijders in Rijswijk én Teacher-in-Residence bij NOLAI (Nationaal Onderwijslab AI) beweegt hij dagelijks tussen onderwijspraktijk en onderzoek naar de doordachte inzet van AI. Het AI-leerteam van Probiblio ging met hem in gesprek over kansen, zorgen en wat scholen nú al kunnen doen.

Wie denkt dat AI pas sinds ChatGPT het onderwijs is binnengestapt, vergist zich. “AI bestond al veel langer,” vertelt Bram. “Alleen hadden we er een ander beeld bij: een robot voor de klas die alles oplost. Die robot komt er waarschijnlijk niet. Maar onzichtbare AI is er al overal.” Dat maakt het gesprek over AI volgens hem urgent. Niet omdat technologie alles verandert, maar omdat leerlingen er allang mee werken, vaak zonder dat volwassenen precies weten hoe. 

Een voorbeeld uit zijn eigen klas illustreert dat. Een leerling die vastloopt met binair rekenen, maakt simpelweg een foto van haar schrift en krijgt via een AI-tool stap-voor-stap uitleg. “Dat is eigenlijk heel slim,” zegt Bram. “Maar het laat ook zien hoe weinig controle we nog hebben over welke bronnen leerlingen gebruiken. Dat vraagt om onderwijs in kritisch omgaan met informatie, iets wat eigenlijk altijd al in de kerndoelen zat.” 

Volgens Bram is onderwijs over AI dan ook geen volledig nieuw terrein. “Leesvaardigheid, bronkritiek, nadenken over betrouwbaarheid: dat deden we al. AI maakt het alleen urgenter.” Hij benadrukt dat je prima over AI kunt leren zónder het voortdurend te gebruiken. Begrip gaat vóór toepassing. 

Illustratie: Suus van den Akker in opdracht van Probiblio

Tegelijkertijd ziet hij dat scholen zoeken naar houvast. Europese kaders, zoals het DigComp-framework voor digitale competenties, kunnen daarbij helpen. “Het mooie is dat die competenties concreet zijn beschreven. Bijvoorbeeld: weet je dat AI veel data en energie kost? Dat geeft handvatten om keuzes te maken.” 

Bij NOLAI wordt daarom gewerkt aan zeer gerichte, educatieve AI-toepassingen, ontwikkeld in co-creatie met scholen. Bram noemt een project rond technisch lezen in groep 4, waarbij leerlingen hardop voorlezen tegen een tablet. Spraakalgoritmen analyseren dit en geven feedback, zodat leerkrachten eerder zicht krijgen op leesontwikkeling. “Niet om te beoordelen, maar om te signaleren en te ondersteunen,” benadrukt hij. “Beoordelen door AI is in Europa, terecht, niet toegestaan.” 

Een ander aansprekend voorbeeld is de ‘Babelbeer: een knuffel die gesprekken in de klas realtime kan vertalen, bedoeld om meertalige kinderen beter te laten meedoen. “Dat soort concrete toepassingen helpen leerkrachten begrijpen wat AI kan betekenen, en wat niet.”

Illustratie: Suus van den Akker in opdracht van Probiblio

Zijn belangrijkste boodschap? Begin klein en concreet. “Praat niet alleen over AI, maar over wat het onderwijs écht helpt. En besef: onderwijs over AI vraagt vooral om inzicht, niet om nog meer technologie.” Dat maakt bibliotheken, scholen en ondersteunende professionals tot onmisbare schakels in dit gesprek, vandaag, morgen en de komende jaren. 

NOLAI is op zoek naar problemen in het onderwijs die ze kunnen oplossen met AI. Ben je nieuwsgierig naar de projecten waar ze al aan werken? Kijk dan in het magazine. Heb je ideeën voor een nieuw project? Stuur dan je vraag in.

Dit artikel is tot stand gekomen door de audio-opnames van het gesprek te transcriberen met Turbo Scribe AI en het transcript vervolgens te finetunen met ChatGPT.