Digitaal burgerschap: verleden, heden en toekomst

Blog Basisvaardigheden
Gepubliceerd op 06 oktober 2026

Door Joyce de Boer

Van ‘digitaal burgerschap’ bestaan geen vergeelde foto’s in een oude schoenendoos. Je kunt eigenlijk niet echt zeggen: “Ik weet nog toen…”. Toch heeft digitaal burgerschap inmiddels een geschiedenis. In een paar jaar tijd hebben we verkend, geëxperimenteerd en geleerd. Stap voor stap werd duidelijker wat digitaal burgerschap voor bibliotheken betekent. Daarmee is er inmiddels een verleden, heden én een toekomst. Een mooi moment om terug te kijken op waar we vandaan komen, stil te staan bij waar we nu zijn en vooruit te kijken naar wat er nog voor ons ligt. Kijk je mee? 

Toen: 5 jaar geleden 

De term digitaal burgerschap werd voor het eerst in de branche geïntroduceerd. We begonnen de term in onze branche te laten landen. Het werd spreekwoordelijk ‘de boer op’ met digitaal burgerschap: wat is het, waarom is het belangrijk, en wat kan en moet de bibliotheek ermee? 

Er ontstond direct al een zoektocht naar verschillende mogelijkheden, uitkomsten, meningen en perspectieven.  Te midden van technologische ontwikkelingen als de opkomst van generatieve AI, filterbubbels en podcasts voor iedereen, werd digitaal burgerschap geboren. Duidelijk was dat er een gezamenlijke taal nodig was, om vast te stellen wat digitaal burgerschap precies is hoe het past/raakt aan de dienstverlening van de bibliotheek. Tot waar ligt onze verantwoording en waar pakt een andere instelling/organisatie het over? 

Joyce de Boer was er vanuit Probiblio als een van de eerste op aangehaakt. Het was onder andere aan haar om dit onderwerp verder te verkennen en te ontdekken welke rol zij, samen met de bibliotheken, kon spelen in het versterken van digitaal burgerschap. 

Joyce blikt terug: “De grootste uitdaging was om de abstracte term digitaal burgerschap aan te laten sluiten bij de praktijk. Hoe maak je van iets groots en bijna alles omvattende term een tastbaarder concept? Dat merkte ik bijvoorbeeld al in het gebruik van woorden. Het hielp in gesprek door het te hebben over een burger zijn in een digitaliserende samenleving. 

Er ontstond herkenning: ‘Ja, ik ben inderdaad een burger in een digitaliserende samenleving’, in plaats van ‘hoezo ben ik een digitaal burger?’. Daarmee ontstond een open en geïnspireerd gesprek: wat maak jij allemaal mee, en daarmee ook je buurman/vrouw, zus/broer, kennis, als burger in een digitaliserende samenleving?  

Er ontstond een gezamenlijke noodzaak en het verkennen van kansen en mogelijkheden en daarbij ook het kunnen maken van risico afwegingen waarna er organisch meer thema’s werden gedefinieerd zoals AI, cyberweerbaarheid, digitale nalatenschap en dialoog. 

Daarin vond ik het mooi hoe de initiële eerste terughoudendheid omgebogen werd naar: wij hebben als bibliotheek een verantwoordelijkheid om onze burgers te informeren en kennis te laten maken met de digitale wereld ook na de (digitale)basisvaardigheden (wat we al heel goed doen) en het meer hebben over een bredere (digitale) basisvaardigheden voor nu maar zeker ook voor later.” 

Nu 

Op dit moment zien we rondom digitaal burgerschap interessante dingen gebeuren. Bij veel bibliotheken komt het terug in programmering en in het meerjarenbeleid. Voor zowel de bibliotheekbezoeker als de bibliotheekprofessional is er aandacht voor het thema. Naast aanbod voor de bezoeker zorgen we er ook voor dat we intern worden bijgeschoold. Spreken we onze collega’s in de bibliotheek? Dan doen we dat in dezelfde taal als het over digitaal burgerschap gaat. En dan zien we nog 4 mooie dingen gebeuren. 

1. Digitaal burgerschap heeft een onmiskenbare rol in hoe we kijken naar burgerschap  

In het begin ging digitaal burgerschap over wat er gebeurde in ‘de digitale wereld’. Dat stond los van de ‘fysieke wereld’. Maar wat merkten we? Die 2 werelden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dus hoewel we verschillende soorten burgerschap onderscheiden (democratisch, sociaal, mondiaal en digitaal, zit in ieder type burgerschap ook een digitaal component.

Goed- of kwaadwillend, sociale media beïnvloeden hoe we met elkaar praten over politiek, en indirect hoe we stemmen. En wat er allemaal mogelijk is met AI beïnvloedt bijvoorbeeld hoe we sociale relaties zien en aangaan binnen en buiten het scherm. Dat bewustzijn is gegroeid en maakt dat we digitaal burgerschap overal zien terugkomen. Niet alleen in hoe we over het onderwerp praten, maar ook in de programmering in de bibliotheek. 

2. We krijgen grip op de onderwerpen die horen bij digitaal burgerschap 

Met die programmering rond digitaal burgerschap is veel geëxperimenteerd. Waar die programmering dan precies over moest gaan, was niet altijd duidelijk. Logisch, met een nieuwe term. Vanuit de pijlers vaardig, weerbaar en participatief gingen we aan de slag en na verloop van tijd zagen we bibliotheken steeds vaker vergelijkbare onderwerpen aanpakken. Gevoed vanuit de pijlers en vanuit de actualiteit. De VPRO Tegenlicht-meetups kwamen vaker voorbij, workshops rond digitale nalatenschap, de films van Echt of Nep, en alles wat met AI te maken heeft roept veel vragen op vanuit de bibliotheekprofessionals en –bezoekers. Dat zorgde voor het ontspruiten van allerlei activiteiten. Al het pionieren zorgde ervoor dat we nu meer grip hebben op waar we het over hebben als we het over digitaal burgerschap hebben. Die onderwerpen zijn: 

  • AI  
  • Cyberweerbaarheid 
  • Desinformatie en nieuwswijsheid 
  • Maakplaats+ 

3. We zien digitaal burgerschap als domeinoverstijgend thema 

De digitaal vaardige volwassene was het uitgangspunt om met digitaal burgerschap te starten. Dit is de doelgroep die al veel online doet en weet hoe het werkt. Een logische groep om nieuwe onbekende technologieën mee te verkennen inclusief de risico’s die daaraan kleven. Maar wat bleek? Ook de minder digitaal vaardigen stelden vragen over AI. Ook voor de jeugd is het belangrijk om online weerbaar te zijn. Dat maakt dat we met leuke gespreksstarters in het taalcafé kunnen praten over online gedrag. Dat er programmering ontstaat waar digitale basisvaardigheden en digitaal burgerschap elkaar raken. En dat we verkennen wat gezondheidsvaardigheden en digitaal burgerschap met elkaar te maken hebben. Of bijvoorbeeld alle praktijkvoorbeelden van de bibliotheken die hebben meegedaan in de financieringsregeling digitaal burgerschap.

4.We zijn allemaal digitale burgers 

Digitaal burgerschap richtte zich in eerste instantie op volwassenen. Tegenwoordig zien we dat steeds meer bibliotheken hun activiteiten rond digitaal burgerschap ook voor jongere doelgroepen organiseren. Hier ontmoet digitaal burgerschap het onderwerp digitale geletterdheid. Een interessante ontwikkeling! Bibliotheken laten vaker horen dat ze graag een doorgaande digitale leerlijn willen ontwikkelen. Dat past goed bij deze ontwikkeling. Binnen zo’n lijn kunnen verschillende doelgroepen aan de slag met dezelfde burgerschapsvaardigheden als kritisch denken of dialoogvoering. 

Later: een toekomstperspectief 

Op het niveau van programmering verwachten we dat de focus en grip op de 4 eerdergenoemde thema’s groter wordt. En dat er binnen die thema’s ook nieuwe onderwerpen zullen ontstaan. Kijken wij naar waar we energie op zien ontstaan? Dan voorzien we in de komende tijd meer aandacht voor digitale autonomie, privacy en alternatieven voor Big Tech. En verwachten we dat de thema’s van digitaal burgerschap een steeds vaster deel uit gaan maken van programmering op andere plekken in de bibliotheek. Zo blijft het niet op zichzelf staan, maar wordt het een deel van het geheel: zoals de digitale wereld dat ook is!