Netwerkbijeenkomst Noord-Holland: 'Samen werken aan sociale cohesie'
Tijdens de jaarlijkse netwerkbijeenkomst voor provincie Noord-Holland stond de vraag centraal hoe bibliotheken en gemeenten samen kunnen werken aan sociale cohesie. In de OBA Oosterdok werd op donderdag 1 oktober besproken dat toegankelijke plekken, waar mensen elkaar ontmoeten en kunnen tegenkomen, hard nodig zijn.
Praktische lessen voor gemeenten en bibliotheken
- Zoek de samenwerking op Goede samenwerking met gemeente, welzijn en andere partners is essentieel, in het bijzonder met oog op de nieuwe Bibliotheekwet. Weet ook waar de eigen verantwoordelijkheid ophoudt.
- Zie de bibliotheek als onderdeel van een sterke sociale infrastructuur De bibliotheek hoeft maatschappelijke vraagstukken niet alleen op te lossen, maar kan vanuit haar unieke positie wel verschillende mensen en organisaties met elkaar verbinden.
- Kijk verder dan bezoekersaantallen en uitleningen Maak maatschappelijke impact zichtbaar met een combinatie van cijfers, ervaringen en verhalen van bezoekers.
- Werk vanuit lokale opgaven en de behoeften van inwoners Sociale cohesie ziet er in grote steden anders uit dan in kleine kernen. Werk buurtgericht en geef ruimte aan initiatieven en programmering vanuit de lokale gemeenschap.
- Bewaak de kern van de bibliotheek De kracht zit juist in de laagdrempelige, publieke plek waar iedereen welkom is om te lezen, leren, verblijven en anderen te ontmoeten.
- Investeer in ontmoeting zonder die af te dwingen Ook informele contacten en het herhaaldelijk tegenkomen van anderen dragen bij aan sociale cohesie.
Boekentips
Drie boeken die gaan over de essentie van de bibliotheek en de functie van de third place die iedereen thuis op de plank zou moeten hebben staan volgens keynote speaker Matthijs Uyterlinde:
- The Great Good Place, Ray Oldenburg
- Bowling Alone, Robert D. Putnam
- Palaces for the people, Eric Klinenberg
Een plek waar mensen kunnen zijn wie ze zijn
Probiblio bracht bibliotheekdirecteuren, wethouders en ambtenaren uit heel Noord-Holland samen om het vraagstuk over sociale cohesie in een veranderende samenleving te verkennen. De komst van de nieuwe Bibliotheekwet en de zorgplicht voor gemeenten onderstreepten de maatschappelijke rol van bibliotheken. De stand van zaken werd later op de dag toegelicht door Lieke van Emmerik van het ministerie van OCW.
Dagvoorzitter Joost Hoebink opende de bijeenkomst met een inventarisatie van de aanwezigen. Met gekleurde stemkaarten werd zichtbaar vanuit welke rol deelnemers naar het vraagstuk van deze netwerkbijeenkomst keken aan de hand van een drietal stellingen over de maatschappelijke functie van bibliotheken. Daarmee stond meteen centraal wat de dag beoogde: verschillende perspectieven met elkaar verbinden.
In het aansluitende gesprek met Jeroen Olthof, gedeputeerde van Noord-Holland, en Frans Bergfeld, directeur-bestuurder van Probiblio, werd de maatschappelijke rol van bibliotheken verkend aan de hand van drie stellingen. Olthof benadrukte dat bij het verbreden van de bibliotheektaken het tegelijkertijd essentieel is dat de essentie van de bibliotheek niet verloren gaat.
De nieuwe Bibliotheekwet kan samenwerking over de maatschappelijke functie van de bibliotheek versterken, waarbij er nadrukkelijk een nieuwe rol komt voor de Provincie. Hierbij geeft Olthof aan dat de Provincie niet als politieagent wil optreden maar wil samenwerken met “de nieuwe wet als stok achter de deur.” Bergfeld adviseerde in het kader van de nieuwe Bibliotheekwet dat gemeenten en bibliotheken eerst in gesprek gaan over wat zij voor inwoners willen betekenen, in plaats van de financiering als startpunt te nemen, zodat wat beide partijen willen bereiken voor de samenleving niet uit het oog verloren wordt.
Toegang tot de bibliotheek als gezamenlijke opdracht
Lieke van Emmerik, senior beleidsmedewerker bij het ministerie van OCW, lichtte de voorgenomen wijziging van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) toe. De aanleiding ligt onder meer in de evaluatie van de wet uit 2020: bibliotheekfuncties waren verbreed, maar het netwerk was tegelijkertijd verschraald en gemeentelijke budgetten stonden onder druk.
Het wetsvoorstel voor de nieuwe Bibliotheekwet ligt op het moment bij de Tweede Kamer. De voorgenomen zorgplicht voor gemeenten in de wetswijziging moet waarborgen dat inwoners in iedere gemeente binnen een redelijke afstand toegang tot een bibliotheekvoorziening hebben én houden. Iedere gemeente moet minstens één bibliotheekvoorziening hebben die de vijf wettelijke functies vervult, een fysieke collectie en professionele medewerkers heeft. De lokale context blijft bepalend voor de verdere invulling, ook voor wat bijvoorbeeld een redelijke afstand tot een bibliotheek is. Verder wordt de samenwerking tussen bibliotheken en het onderwijs explicieter in de wet opgenomen. De huidige decentralisatiegelden worden onderdeel van het gemeentefonds. Na de invoering van de Bibliotheekwet krijgen gemeenten één jaar de tijd om samen met de lokale bibliotheek een meerjarenplan op te stellen. De VNG werkt momenteel aan een handreiking met concrete voorbeelden en aanknopingspunten voor het schrijven van de meerjarenplannen.
Onder de aanwezigen speelden vragen over bureaucratie en de vraag of beschikbare middelen daadwerkelijk bij bibliotheken terechtkomen. Toen vertegenwoordigers van Bibliotheek Amstelland aangaven deze zorgen niet te delen leidde dit tot een spontane nieuwe stemming over de stelling ‘Er is eigenlijk helemaal geen probleem in gemeenteland [binnen de samenwerking tussen de bibliotheek en de gemeente, o.a. op het gebied van financiering]’, waarbij nogmaals duidelijk werd dat de meeste aanwezigen het hiermee oneens waren.
Bindingskracht van sociale systemen: ook de spontane contacten doen ertoe
Matthijs Uyterlinde, senior onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut en Kennisplatform Inclusief Samenleven, plaatste sociale cohesie in een bredere maatschappelijke ontwikkeling. Nederland wordt drukker, diverser en grijzer. Mensen verhuizen vaker en de verscheidenheid aan herkomst groeit. Dat kan sociale binding ingewikkelder maken en leiden tot ‘terugtrekgedrag’.
Uyterlinde omschreef sociale cohesie als de interne bindingskracht van een sociaal systeem. Mensen maken deel uit van veel verschillende sociale systemen, waarbij binding ontstaat vanuit gedeelde kenmerken. Bij toenemende diversiteit kan die binding lastiger worden, er ontstaan steeds meer losse sociale systemen waarbij de verbinding daartussen steeds moeilijker tot stand komt. In zijn pleidooi benadrukt Uyterlinde het belang van een sterke sociale infrastructuur om sociale cohesie te bevorderen en polarisatie tegen te gaan, en uiteindelijk om sociale gelijkheid te verbeteren.
Daarbij onderscheidde hij bonding, bridging en publieke familiariteit. Juist die laatste categorie is relevant voor openbare plekken: mensen kennen elkaar niet echt, maar zien elkaar herhaaldelijk, herkennen elkaar en hebben soms kort contact. Zulke lichte, ongedwongen ontmoetingen kunnen anonimiteit verminderen en vertrouwdheid laten groeien. “Herkend maakt bemind, maar het gaat niet vanzelf” zei Uyterlinde, oftewel: er moet moeite worden gedaan om tot die ongedwongen ontmoetingen te kunnen komen.
Onderzoek naar ontmoetingsplekken laat volgens Uyterlinde zien dat ontwerp en programmering een belangrijke rol spelen in het faciliteren van ontmoeting. Het combineren van functies trekt verschillende bezoekers en vergroot de kans op ‘positieve botsingen’. Een fysieke ruimte die dit soort ontmoetingen bevordert, is idealiter multifunctioneel, uitnodigend, levendig, en zowel anoniem en intiem tegelijk. Oftewel, een plek moet uitnodigen tot verblijf zonder ontmoeting af te dwingen. Ook moeten bezoekers en gemeenschappen uit de buurt de kans krijgen om de ruimte naar hun eigen behoefte in te richten. Uyterlinde sluit af met “die lichte contacten, daarvoor hebben we plekken als de bibliotheek heel hard nodig.”
Impact, menselijkheid en samenwerking
In het panelgesprek brachten beleidsadviseur Kelly Jansen van gemeente Hollands Kroon, directielid en sectormanager dienstverlening Sanne Walvisch van de OBA en wethouder van Purmerend Mark Intres de theorie terug naar de dagelijkse praktijk.
Intres merkt dat op het moment dat gemeentebegrotingen onder druk staan gemeenteraden vragen hoe de opbrengst van de bibliotheek gekwantificeerd kan worden. Dit leidde tot de vraag hoe maatschappelijke opbrengsten zichtbaar kunnen worden gemaakt. Investeringen in ontmoeting, preventie en meedoen zijn niet altijd eenvoudig in KPI’s te vertalen. Hoe kijk je verder dan aantal bezoekersaantallen en uitgeleende boeken? Walvisch vulde hierop aan met een verhaal over een dakloze bezoeker die de bibliotheek bezocht om te solliciteren en te studeren, en in een interview met Humans of Amsterdam van het Parool benoemde dat bibliotheekmedewerkers haar altijd op een menselijke manier aanspraken: “ik voelde me in de bibliotheek weer even mens.” Het delen van dit soort verhalen geven de impact weer van de bibliotheek als drempelloze plek in de stad en zijn essentieel in het vertalen van het belang van bibliotheken naar de gemeente, beleidsmakers en politici.
Een ander belangrijk thema was de spanning tussen gastvrijheid en grenzen. Walvisch deelde dat binnen de OBA doelgroepen steeds diverser worden en dat dit kan zorgen voor frictie op de bibliotheekvloer en, in sommige gevallen, voor onveilig gedrag richting bezoekers en medewerkers. Tegelijk dragen juist gastvrije medewerkers en vertrouwde gezichten eraan bij dat bezoekers zich welkom voelen. De verbreding van de bibliotheekfunctie heeft consequenties voor medewerkers. De panelleden benadrukten dat bibliotheekmedewerkers geen hulpverleners zijn en herkenden allemaal de zorg dat medewerkers soms het gevoel krijgen als maatschappelijk werker te moeten functioneren zonder daarvoor te zijn opgeleid. Goede lokale samenwerking, bijvoorbeeld tussen bibliotheek, welzijn en gemeentelijke teams, is daarom essentieel. Jansen omschreef die combinatie als een ‘gouden driehoek’.
Een beleidsadviseur van Amsterdam merkte op dat “we als bestuurders ook niet alles op de bibliotheek moeten beleggen. Gebruik de vele functies van de bibliotheek niet als excuus om dingen af te schuiven en op andere middelen te bezuinigen.” Tegelijkertijd benoemd een andere aanwezige dat het inspelen op de vele functies van de bibliotheek ook zorgt voor onverwachte ontmoetingen en nieuwe groepen naar de bibliotheken kan trekken. Walvisch antwoordde hierop: “we willen best een ‘duizen-dingen-doekje’ zijn als bibliotheek, maar dan wel zonder gaten.”
Samen verder bouwen aan verbinding
Aan het einde van de bijeenkomst kwam de kern nog eenmaal scherp naar voren. De kracht van de bibliotheek ligt in haar laagdrempelige en brede karakter: een plek waar mensen mogen lezen, leren, verblijven en anderen tegenkomen zonder dat contact verplicht wordt. Om die belofte waar te maken zijn vakbekwame medewerkers, voldoende middelen en partners nodig die elkaar weten te vinden.
Uyterlinde sloot af met het advies om de eigen onderscheidende kwaliteiten goed te kennen en tegelijk te weten waarvoor andere organisaties nodig zijn. De verbindende rol van de bibliotheek vraagt soms om extra vaardigheden, maar de bibliotheek hoeft niet iedere maatschappelijke opgave zelf op te lossen. De afsluitende tekeningen van tekenaar Elco van Staveren, brachten de gesprekken en onderwerpen van de dag samen in beeld, waarna tijdens lunch en een rondleiding door de OBA verder werd gepraat.