Van irritatie naar interactie: zo maak je écht verbinding met elke collega
Iedereen werkt weleens samen met een collega die iets bij je oproept. Iemand die veel kritiek heeft, afwachtend is of juist alle ruimte inneemt. Dat kan irritatie geven, maar ook iets opleveren. Want juist waar het schuurt, valt vaak iets te leren. In dit artikel lees je hoe je met meer aandacht, respect en afstemming beter verbinding maakt met collega’s die anders denken, doen of reageren dan jij.
Tijdens de workshop ‘Verbindend communiceren’ op de marketingdag kwam één ding scherp naar voren: verbinding gaat niet over ‘altijd aardig gevonden worden’ of meebewegen om conflict te vermijden. Verbindend communiceren gaat over een brug slaan tussen jouw werkelijkheid en die van de ander.
Je eigen subjectieve bril
We beleven de werkelijkheid allemaal anders. In relaties bestaat er geen objectieve werkelijkheid, maar kijken we dus allemaal vanuit onze eigen subjectieve werkelijkheid. Die werkelijkheden sluiten niet altijd op elkaar aan en kan zorgen voor een kloof. We reageren immers vanuit onze eigen beleving. Heb je slecht geslapen of heb je zorgen aan je hoofd? Dan komt die kritische collega 3 keer zo hard binnen. Het besef dat iemand niet is zoals jij hem ervaart, maar dat jij hem zo ziet door jouw eigen bril van die dag, is de eerste stap naar een fijnere samenwerking.
Een nieuwe houding
Om die eigen bril even af te zetten en een brug naar de ander te slaan, kun je de ARA-methode gebruiken. Dit model helpt je om uit de reactieve stand van irritatie te stappen en bewust te kiezen voor een nieuwe houding.
Tip: bedenk dat een persoon nooit moeilijk ís, maar misschien op dit moment moeilijk dóét. Zo voorkom je dat je een star beeld van iemand krijgt.
Meer over de ARA-Methode:
Aandacht: Verbinding begint bij oprechte aanwezigheid. Luister niet alleen naar de woorden, maar heb ook oog voor iemands lichaamshouding, de context en de subtext.
Respecteren: Accepteer dat de ander een eigen, legitieme werkelijkheid heeft. Dit betekent niet dat je het met de ander eens moet zijn.
Afstemmen: Zoek naar overeenkomsten. Probeer een klein stapje naar de ander toe te zetten zonder jezelf te verliezen. Misschien heb je wel dezelfde humor, of houd je allebei van een bepaalde schrijver. Dit soort stapjes helpen om verdere samenwerking soepeler te laten verlopen.
Door met aandacht te luisteren en te communiceren, elkaar én jezelf te respecteren en af te stemmen op elkaar, zet je grote stappen in verbindend communiceren.
Direct aan de slag: 3 tips voor de praktijk
1. Deel je eigen werkelijkheid
Verbinding begint paradoxaal genoeg bij jezelf. Als je merkt dat je er net even anders bij zit dan normaal, benoem dit dan. Door context te geven, weten collega’s waar ze aan toe zijn en zullen ze jouw reacties minder snel persoonlijk opvatten. Benoem dus dat je niet zo goed hebt geslapen, dat er wat privézaken in je hoofd rondspoken of dat je je gestrest voelt. Dit zorgt voor wederzijds begrip.
2. Onderzoek de werkelijkheid van de ander
Stel vragen in plaats van direct te oordelen. Er zijn vaak achterliggende waarden of ideeën die een rol spelen in waarom een collega doet zoals die doet. Probeer het ‘waarom’ achter het gedrag te achterhalen: vaak ontdek je dan onverwachte raakvlakken. Vergeet niet dat jullie vaak hetzelfde doel hebben, namelijk de positie van de bibliotheek verstevigen. De route daar naartoe is misschien anders, maar beide hebben jullie hart voor de bibliotheek.
3. Communiceer congruent en gelijkwaardig
Echte verbinding vraagt om congruentie: dat wat je voelt, moet overeenkomen met wat je zegt. Een oplossing moet goed zijn voor jou én voor de ander. Een veel voorkomende valkuil is dat we meebewegen met de ander, omdat we liever geen conflict aangaan. Je bent dan echter niet transparant in wat goed voor jou is en dat kan de verbinding tussen jou en je collega belemmeren. Durf je eigen grenzen en behoeften uit te spreken. Als je voelt dat er iets niet klopt, benoem dit dan toetsend: “Ik heb het gevoel dat dit niet helemaal strookt met wat we eerder afspraken, hoe zie jij dat?”
4. Durf de onderstroom op te zoeken
Uiteindelijk is communicatie zoveel meer dan de woorden die over de tafel vliegen. Het gaat over de ‘onderstroom’: dat wat onuitgesproken onder water blijft liggen. Door de A van Aandacht ook te gebruiken voor de dingen die niet letterlijk uitgesproken worden, krijg je grip op die onderstroom. Durf het proces te benoemen. “Ik heb het gevoel dat we best lang bij dit punt stilstaan en ik ben bang dat we daardoor geen tijd meer hebben voor de rest van de agenda.” Het is soms spannend om aan te halen, maar leidt vaak tot een meer open en fijner gesprek. Je zult zien dat je vaak niet de enige bent die iets zo voelt!
5. Durf over die drempel te gaan
Verbindend communiceren vraagt om zelfreflectie en de moed om eerlijk te zijn. De volgende keer dat die ene collega voor je neus staat, daag jezelf dan eens uit: wat kan ik hier vandaag van leren? Zo maak je steeds meer verbinding.
Wil je doorpraten op dit onderwerp of heb je advies nodig?
Neem dan contact op met marketingadvies@probiblio.nl.