In 7 stappen naar zichtbare effecten

Blog Marketing Onderzoek
Gepubliceerd op 13 mei 2026

Door Raimo Rood

Als bibliotheek wil je verschil maken met aanbod dat waarde toevoegt voor jouw publiek. Maar hoe bepaal je welke verandering je wilt bereiken? En hoe maak je zichtbaar of dat lukt? Tijdens de workshop ‘Werken aan zichtbare effecten’ op de Marketingdag gingen Probiblio-adviseurs Jolijn Faber en Maren Temmink met bibliotheken aan de slag met impactgericht werken. In dit artikel lees je de belangrijkste inzichten en tips.

Als bibliotheek heb je een stip aan de horizon nodig waar je naartoe kan werken. Binnen het Impactgericht werken creëer je deze stip door concrete impactdoelen te formuleren die je als bibliotheek wil bereiken met jouw activiteiten. Om te weten of je aanbod ook daadwerkelijk bijdraagt aan het bereiken van jouw doelen, moet je de impact van de activiteiten eerst meten. Voor programma’s of domeinen gebeurt dat vaak op een uitgebreide, grondige manier. Maar voor afzonderlijke activiteiten, kun je het ook op een veel kleinschaligere manier aanpakken. Dit doe je door in kaart te brengen welke effecten je teweeg brengt, bijvoorbeeld volgens een stappenplan.

Stappenplan voor kleinschalige effectmeting

Zolang je niet weet wat de effecten zijn van jouw inspanningen, kun je ook niet vaststellen wanneer je jouw doel hebt behaald. Tijdens de Marketingdag workshop ‘Werken aan zichtbare effecten’ werd daarom aandacht besteed aan een stappenplan voor het kleinschalig meten van effecten. Dat hoeft niet heel veel tijd te kosten, maar geeft je wel informatie over de impact die je wel of niet bereikt.

Tip: Bepaal voordat je met dit stappenplan begint wie bij de betreffende activiteit verantwoordelijk is voor het meten van effecten. In de meeste gevallen zal degene die de activiteit organiseert (vanuit Programmering of Educatie) verantwoordelijk blijven, maar kun je vanuit Marketing of Communicatie hier goed de samenwerking opzoeken en hulp of inspiratie aanbieden.

Een effect is het verschil tussen de huidige situatie en de beoogde situatie na – en als gevolg van – jouw activiteit. Dit is bijvoorbeeld een verschil in motivatie, intenties, kennis, houding of gedrag. Effecten worden vaak beschreven met woorden zoals ‘meer’, ‘minder’ of ‘beter’. Bijvoorbeeld: “De deelnemers van de activiteit zijn beter op de hoogte wat dyslexie inhoudt.” Of: “De deelnemers aan de workshop kennen meer manieren om nepnieuws te herkennen.”

Tip: begin klein, door effecten te kiezen die je op korte termijn wil bereiken. Zo houd je het voor jezelf behapbaar!

 

Effecten zijn een belangrijk onderdeel van de Theory of Change (ToC, of Verandertheorie): een model waarin je – binnen een bepaald thema (bijvoorbeeld ‘Gezinsaanpak’) – uiteenzet welke activiteiten je organiseert en welke directe en indirecte effecten je per activiteit verwacht. Elk van deze activiteiten leidt (via een aaneenschakelijking van effecten) uiteindelijk tot het centrale, lange-termijn doel dat je voor ogen hebt (bijvoorbeeld ‘Een lokale samenleving waarin iedereen mee kan doen’).

Aangezien een deel van de effecten in een ToC een indirect gevolg zijn van jouw activiteiten, is het belangrijk om te bepalen waar de verantwoordelijkheidslijn (accountability line) ligt. Dit is het punt vanaf waar jij als bibliotheek geen volledige verantwoordelijkheid meer draagt. De verantwoordelijkheidslijn speelt een belangrijke rol bij het afleggen van verantwoording voor (de effecten van) jouw activiteiten richting stakeholders.

Lees meer over de ToC en andere aspecten van Impactgericht werken op deze webpagina: Impactgericht werken.

Het is ook belangrijk om te bepalen hoe je de gekozen effecten gaat meten. Kies de meettechniek die het beste aansluit bij het effect dat jij wilt meten. Wil je bijvoorbeeld weten hoeveel deelnemers er na jouw activiteit behoefte hebben aan hulp bij digitale zaken, stel hierover dan een gesloten vraag in een vragenlijst of gesprek.

Tip: zorg dat het meetinstrument aansluit bij de doelgroep; voor laag digitaal vaardigen is een online vragenlijst bijvoorbeeld minder geschikt, maar kun je prima gebruik maken van interviews, observaties of een korte papieren vragenlijst!

 

Natuurlijk zijn er nog veel meer meettechnieken. Zo kun je deelnemers vragen om ideeën op post-its te schrijven en deze op een ‘post-it muur’ te plakken, hun gedrag observeren met een observatieschema of een korte quiz doen. Tijdens de workshop gaf een bibliotheek aan een ‘smiley-systeem’ te gebruiken (waarbij een blijere smiley staat voor een hogere score) om online bezoekers de bibliotheekwebsite te laten beoordelen.

 

Tip: kijk of er al relevante onderzoeken zijn over het meten van jouw beoogde effecten, en bespaar tijd door bestaande instrumenten te gebruiken.

Zodra je een passend meetinstrument hebt gekozen, ga je de vragen (of stellingen) formuleren die je na de activiteit aan de deelnemers wil voorleggen. Als je van plan bent meerdere meettechnieken te gebruiken, kijk dan goed welke vragen het beste bij welke techniek passen. Gesloten vragen passen doorgaans goed in een vragenlijst, maar open vragen kunnen bijvoorbeeld ook in een interview gesteld worden. Zorg vooral dat je niet te veel vragen stelt: hou het kort!

Bepaal het moment waarop je de meting gaat uitvoeren. Als je wilt weten wat de deelnemers van jouw activiteit vonden, dan kun je hen hier achteraf vragen over stellen. Maar als je de situatie vóór jouw activiteit wilt vergelijken met die erna, dan zal je zowel voor als na de activiteit een meting moeten uitvoeren. Houd hierbij rekening met de beschikbaarheid (of eventuele overbelasting) van deelnemers.

Heb je de effecten van jouw activiteit gemeten en alle gegevens verzameld? Vergeet dan niet om je resultaten goed op te slaan! Bedenk wat in jouw geval de veiligste opslagmethode is, zorg dat de data toegankelijk zijn voor alle gebruikers en ga na of de data ook over een paar maanden of een jaar nog te begrijpen zijn voor een collega.

Tip: houd de data ook op langere termijn (bijvoorbeeld 2 jaar later) beschikbaar, zodat deze gebruikt kunnen worden voor vergelijking met nieuwe resultaten of bij overdracht voor nieuwe collega’s.

Als de data zijn verzameld, kun je deze gaan analyseren. Bepaal vooraf wat je uit de data wilt halen en hoe je dat gaat doen.

Je kunt bijvoorbeeld met behulp van een AI-tool (zoals Microsoft Copilot) een grote hoeveelheid open antwoorden (bv. spontane associaties die bezoekers hebben bij de bibliotheek) op hoofdlijnen laten samenvatten. Bekijk vervolgens de analyseresultaten en probeer hierover conclusies te formuleren.

Tip: wees je bewust van het onderscheid tussen wat de data je vertellen en jouw eigen interpretatie daarvan. Laat iemand anders met je meekijken, om bijvoorbeeld te corrigeren op (onbewuste) persoonlijke aannames.

Bedenk goed wat je van de data kunt leren en hoe je die lessen kunt toepassen in jouw bibliotheek. En wellicht roepen de resultaten nieuwe vragen op die je wil meenemen in een vervolgmeting. Doe ook dit samen, zodat je er zoveel mogelijk uit kunt halen.

Je kunt de resultaten ook gebruiken voor de verantwoording van jouw activiteiten richting stakeholders. Door de (positieve) effecten van jouw activiteit zichtbaar te maken, kun je jezelf profileren als bibliotheek met impact.

Tip: haal een paar leuke quotes van deelnemers uit de resultaten en presenteer deze om een sterker (succes)verhaal te vertellen!

De hierboven beschreven stappen komen voort uit de Impact Management Cyclus: een constante cyclus die je doorloopt bij het impactgericht werken. Lees hierover meer op: De Impact Management Cyclus.

“Ik weet nu hoe je redelijk eenvoudig, laagdrempelig impact kan meten.”
Deelnemer van de workshop

Ook aan de slag met (kleinschalig) impact meten?

Aan het einde van de workshop gaven de deelnemende bibliotheken aan – via post-its op een – dat zij door deze workshop beter in staat zijn om met hun collega’s te sparren over (kleinschalig) impact meten.

“Bij ons in de organisatie werd impact meten heel groot gemaakt. Deze workshop heeft die drempel wat verlaagd.”
Deelnemer van de workshop

Wil je zelf aan de slag met werken aan zichtbare effecten, maar heb je nog wat hulp nodig? Wij denken graag met je mee! Neem contact op met Jolijn Faber (Adviseur Onderzoek) of Maren Temmink (Adviseur Marketing).