Van toegang tot kennis naar toegang tot denkvermogen
Misschien zijn we niet bezig met de democratisering van intelligentie, maar met de commercialisering ervan.
Wil je liever naar de column luisteren? Beluister dan onderstaande podcast.
In een reeks columns over AI neemt Erik Reuvers, adviseur Digitale Geletterdheid bij Probiblio je mee in de wereld van artificiële intelligentie en wat die betekent voor bibliotheken. Niet alleen technisch, maar juist vanuit de waarden waar bibliotheken voor staan.
Schrijver en technologiecriticus Cory Doctorow introduceerde enkele jaren geleden de term enshittification: het proces waarbij digitale diensten aanvankelijk vooral waarde creëren voor gebruikers, maar gaandeweg steeds meer in dienst komen te staan van groei, aandeelhouders en verdienmodellen. Volgens Doctorow leidt dat uiteindelijk tot een geleidelijke achteruitgang van de gebruikerservaring.
Veel mensen herkennen dat patroon inmiddels bij Google Search. Ooit was Google vooral een toegangspoort tot informatie. De zoekmachine verwees gebruikers naar websites, artikelen en bronnen, waarna zij zelf konden bepalen welke informatie betrouwbaar was en welke niet. Tegenwoordig zien we steeds vaker AI-overzichten die het antwoord direct presenteren. Dat is efficiënt en gebruiksvriendelijk, maar het verandert ook de rol van de zoekmachine. Google is steeds minder een gids naar informatie en steeds meer een partij die zelf de informatie samenvat en interpreteert.
Daardoor verschuift iets fundamenteels. De onderliggende bronnen verdwijnen naar de achtergrond. De gebruiker krijgt sneller een antwoord, maar ziet steeds minder waarop dat antwoord gebaseerd is. De tussenlaag tussen mens en kennis wordt dikker.
Steeds vaker vraag ik me af of kunstmatige intelligentie dezelfde ontwikkeling zal doormaken.
Niet omdat AI-bedrijven slechte bedoelingen hebben. Integendeel. Zij opereren binnen een economische realiteit waarin enorme investeringen, schaarse rekenkracht en hoge energiekosten een rol spelen. Juist daarom ontstaat vanzelf een spanning tussen kwaliteit en kosten. Hoe lever je zoveel mogelijk waarde tegen zo laag mogelijke kosten?
Bij veel producten kunnen consumenten beoordelen of de kwaliteit verandert. Wanneer een autofabrikant minder vermogen levert of een streamingdienst de beeldkwaliteit verlaagt, merken gebruikers dat. Bij AI ligt dat anders. Niemand ziet hoeveel rekenkracht achter een antwoord schuilgaat. Niemand weet hoeveel redeneerstappen een model heeft genomen, hoeveel context is meegenomen of hoeveel “denkvermogen” er daadwerkelijk is ingezet.
We beoordelen uitsluitend het eindresultaat.
Daardoor ontstaat een interessante vraag. Streven AI-bedrijven naar maximale kwaliteit, of naar precies voldoende kwaliteit om gebruikers tevreden te houden? Dat is geen verwijt, maar de logica van vrijwel iedere markt. Misschien krijgen we in de toekomst te maken met een vorm van krimpflatie van intelligentie: dezelfde prijs, maar minder diepgang, minder rekenkracht en minder kwaliteit, zonder dat gebruikers dat direct opmerken.
Tegelijkertijd verandert ook wat we precies kopen wanneer we voor AI betalen. Bij een krant of streamingdienst is redelijk duidelijk wat onderdeel is van het abonnement. Bij AI is het product voortdurend in beweging. Modellen verschijnen en verdwijnen, limieten worden aangepast en functies verschuiven tussen verschillende abonnementsvormen. Wat vandaag standaard beschikbaar is, kan morgen achter een extra betaalmuur verdwijnen.
Daarmee kopen we geen vast product, maar tijdelijke toegang.
Bovendien bepalen niet alleen commerciële partijen welke vormen van kunstmatige intelligentie beschikbaar zijn. Ook overheden krijgen daarin een steeds grotere rol. Sommige modellen worden als te risicovol beschouwd, andere verdwijnen uit bepaalde markten of worden beperkt door regelgeving. Daar kunnen legitieme redenen voor zijn, maar het betekent wel dat burgers steeds minder zelf bepalen welke vormen van kunstmatige intelligentie voor hen beschikbaar zijn.
Tegelijkertijd worden de krachtigste modellen steeds duurder. Gratis versies worden beperkter en premium-abonnementen nemen toe. Daardoor ontstaat mogelijk niet alleen een digitale kloof, maar ook een kloof in toegang tot denkvermogen.
Dat klinkt misschien abstract, maar AI is allang geen speeltje meer. Scholieren gebruiken AI om te leren, studenten om complexe stof te begrijpen en professionals om analyses te maken of teksten te schrijven. We zijn AI niet langer aan het uitproberen; we zijn het aan het verweven met ons denken.
Juist daarom doet deze ontwikkeling denken aan een veel ouder vraagstuk. Meer dan honderd jaar geleden waren boeken kostbaar en was toegang tot kennis in belangrijke mate afhankelijk van bezit. Bibliotheken ontstonden vanuit het idee dat informatie, ontwikkeling en persoonlijke groei niet uitsluitend afhankelijk mochten zijn van koopkracht.
Misschien staan we opnieuw voor zo’n moment.
Niet omdat AI boeken zal vervangen, maar omdat toegang tot denkvermogen steeds belangrijker wordt voor onderwijs, werk en maatschappelijke participatie. Het is dan niet ondenkbaar dat bibliotheken in de toekomst een rol gaan spelen in het collectief toegankelijk maken van hoogwaardige kunstmatige intelligentie, net zoals zij dat eerder deden met boeken, tijdschriften, internet en digitale vaardigheden.
Misschien hoeft niet iedereen individueel een abonnement van honderden euro’s per maand te kunnen betalen. Misschien kunnen we, net als bij boeken, besluiten dat bepaalde vormen van denkvermogen een collectieve voorziening mogen zijn.
Daarmee ontstaat nog een tweede vraag. Bibliotheken hebben mensen nooit alleen antwoorden gegeven. Ze boden toegang tot de onderliggende bronnen, zodat mensen zelf konden lezen, vergelijken, twijfelen en hun eigen oordeel vormen. In een wereld waarin steeds meer AI-systemen antwoorden presenteren zonder de weg ernaartoe zichtbaar te maken, wordt die functie misschien opnieuw relevant.
Bibliotheken zijn ooit ontstaan omdat we vonden dat niet alleen de elite toegang mocht hebben tot boeken.
Misschien moeten we ons afvragen of dezelfde gedachte ook geldt voor intelligentie.