"De Bibliotheek wordt pas echt van de gemeenschap als de gemeenschap haar mee mag maken"

Interview Programmering
Gepubliceerd op 22 juni 2026

Door Lotte Kok

Al ruim zeven jaar betrekt Bibliotheek Zuid-Kennemerland inwoners actief bij de programmering via Kom Mee-maken. De aanpak begon in Haarlem Schalkwijk en groeit inmiddels door naar meerdere vestigingen. We spraken met programmamaker Mike Warners over de ontwikkeling van Kom Mee-maken, de belangrijkste lessen en de volgende stap: inwoners niet alleen laten meedoen en meebouwen, maar ook laten meedenken.

Kom Mee-maken is een beweging waarin inwoners niet alleen deelnemen aan activiteiten, maar samen met de bibliotheek programmering ontwikkelen, verhalen zichtbaar maken en nieuwe initiatieven laten ontstaan. Wat begon in Haarlem Schalkwijk is inmiddels uitgegroeid tot een werkwijze die op meerdere vestigingen wordt toegepast. De komende jaren zet de bibliotheek een volgende stap: van samen maken naar samen meedenken. We spraken met programmamaker Mike Warners over de ontwikkeling van Kom Mee-maken, de lessen van de afgelopen jaren en zijn visie op een bibliotheek die zich laat vormen door de gemeenschap waarvan zij deel uitmaakt.

Wat houdt een Mee-maakpodium precies in?

“Een Mee-maakpodium is voor ons de plek waar Kom Mee-maken zichtbaar wordt,” vertelt Mike. “Kom Mee-maken is geen project, maar een beweging. Een beweging waarin de gemeenschap niet alleen deelneemt aan de bibliotheek, maar haar ook mede vormgeeft.” Dat gebeurt via programmering en gezamenlijke projecten, maar ook via de verhalen die daaruit voortkomen. Die verhalen krijgen vervolgens een plek in de bibliotheek. Niet alleen in boekvorm, maar bijvoorbeeld als podcast, tentoonstelling, kunstwerk of voorstelling. “Het doel is dat ongehoorde stemmen gehoord én gezien worden.”

Een voorbeeld is Verborgen Verhalen, een groep vrouwen met uiteenlopende achtergronden, waaronder statushouders en Haarlemse bewoners. De deelnemers gaan met elkaar in gesprek over onderwerpen die zij niet overal kunnen bespreken. Dat leidde tot een podcast, poëzie en een fototentoonstelling. Ook andere initiatieven ontstaan vanuit de gemeenschap. Zo organiseert de bibliotheek dansavonden voor ouderen, concerten met jonge Haarlemse bands en activiteiten voor jongeren.

“Het mooie zit niet alleen in wat er op het podium gebeurt,” zegt Mike. “Je ziet vooral wat er daarna ontstaat. Mensen ontmoeten elkaar, vinden een danspartner, starten nieuwe initiatieven of ontdekken de bibliotheek op een manier die ze nooit hadden verwacht.”

De bibliotheek zelf speelt daarbij een belangrijke rol als decor. “Je hebt een bepaald beeld bij een bibliotheek: boekenkasten, stilte en studeren. Wij laten juist zien dat er ook gedanst, gemusiceerd, verteld en gedebatteerd kan worden. Daardoor verandert niet alleen de ervaring van de bibliotheek, maar ook de relatie die mensen ermee hebben. Ze komen niet alleen om iets te halen, maar ook om iets te brengen.”

Voor Mike zit daar de kern van Kom Mee-maken. “Ik denk dat we soms nog te veel naar de bibliotheek kijken als een organisatie die kennis verzamelt en vervolgens deelt met de samenleving. Voor mij ligt de toekomst ergens anders. De samenleving bezit zelf óók kennis, verhalen, talenten en perspectieven. De vraag is dus niet alleen hoe de bibliotheek mensen bereikt, maar ook hoe zij zich door die mensen laat vormen. De gemeenschap is voor ons geen doelgroep, maar mede-vormgever van wat de bibliotheek kan zijn.”

Waarom zijn jullie begonnen?

De oorsprong ligt in Haarlem Schalkwijk. Voormalig programmamaker Winston Brandon, met wie Mike jarenlang een tandem vormde, groeide zelf op in de bibliotheek en zag hoe belangrijk het was om bewoners écht te kennen. “In Schalkwijk was veel problematiek en overlast. Door jongeren bij naam te kennen en met hen in gesprek te gaan, ontstond een andere dynamiek.”

Tegelijkertijd leefde binnen de organisatie de wens om van de bibliotheek meer een broedplaats te maken voor initiatieven uit de wijk. Inspiratie kwam onder andere van de ideeën van Nina Simon over participatie en de participatieve bibliotheek.

“Eigenlijk zijn we niet begonnen omdat we meer activiteiten wilden organiseren,” vertelt Mike. “We wilden een andere vraag stellen: wat gebeurt er als je bewoners niet alleen uitnodigt in de bibliotheek, maar hen mede laat bepalen van wat een bibliotheek is? Wij geloven dat iedere wijk een gemeenschap heeft die de bibliotheek wil omarmen. Je moet die gemeenschap alleen wel de ruimte, het vertrouwen en de verantwoordelijkheid geven.”

Terugkijkend ziet Mike dat de ambitie altijd groter is geweest dan programmering alleen. “Het ging uiteindelijk nooit alleen over activiteiten. Het ging over een andere relatie tussen de bibliotheek en de samenleving. Niet de bibliotheek vóór de stad, maar de bibliotheek van de stad. Dat klinkt misschien als een klein verschil, maar het verandert alles. Het vraagt dat je als organisatie niet alleen zendt, maar ook leert luisteren. Dat je niet alleen programmeert, maar ook ruimte maakt voor ideeën die je zelf nooit had kunnen bedenken.”

“Ik geloof dat daar de bibliotheek van de toekomst ontstaat. Niet doordat wij minder professioneel worden, maar juist doordat we onze vakkennis verbinden met de kennis die al in de stad aanwezig is. Pas dan ontstaat een bibliotheek die écht een afspiegeling is van de samenleving.”

Hoe hebben jullie Kom Mee-maken opgezet?

De eerste stap was verrassend eenvoudig: aanwezig zijn. De bibliotheek ging actief in gesprek met bewoners, organisaties, woningcorporaties en andere partners in de wijk. Er kwamen vaste momenten waarop bewoners met ideeën konden binnenlopen. “Als mensen plannen hadden of iets wilden ontwikkelen, konden ze bij ons aanschuiven om samen te kijken wat er mogelijk was.”

Daarnaast werd bewust ruimte vrijgemaakt in de bibliotheek. Het eerste Mee-maakpodium kreeg een fysieke plek waar groepen konden samenkomen, experimenteren en activiteiten organiseren. De eerste financiering kwam via een lokale actie van Rabobank ClubSupport. Met het opgehaalde geld werden onder meer een speakerset, meubels en aankleding aangeschaft. Daarna volgde ondersteuning vanuit het Fonds voor Cultuurparticipatie.

Volgens Mike zat de kracht vanaf het begin niet in het budget, maar in de houding van de organisatie. “Wij wilden mensen letterlijk de sleutel geven. Daarmee geef je niet alleen toegang tot een ruimte, maar vooral het gevoel dat iemand je vertrouwt. Dat eigenaarschap is misschien wel het belangrijkste wat je kunt geven.”

Gaandeweg ontdekte de bibliotheek dat co-creatie niet begint bij programmeren, maar bij relaties. “Je kunt geen community bouwen vanuit een vergadertafel. Je moet aanwezig zijn, mensen leren kennen en vooral veel luisteren. Pas wanneer iemand zich gezien voelt, ontstaat de ruimte om samen iets te maken.” Volgens Mike is dat nog altijd de basis van Kom Mee-maken.

“Wij organiseren niet vóór de gemeenschap, maar mét de gemeenschap. Dat vraagt soms meer tijd en levert minder voorspelbaarheid op, maar uiteindelijk ontstaat er iets wat veel sterker is: programmering die geworteld is in de mensen voor wie zij bedoeld is.”

Hoe heeft Kom Mee-maken zich ontwikkelt?

Waar het initiatief begon met drie mensen, werkt inmiddels een team van zes medewerkers aan Kom Mee-maken. Ook de organisatie is volgens Mike meegegroeid. “Facilitair begrijpt wat we doen. Het management begrijpt wat we doen. Nu zijn we op het punt gekomen dat ook andere afdelingen steeds meer aanhaken.”

Ook de aanpak is professioneler geworden. “Vroeger zeiden we overal ja op. Nu kijken we bewuster of een initiatief echt iets toevoegt aan de bibliotheek en aan de gemeenschap.” In de afgelopen jaren ontstonden bovendien verschillende vormen van betrokkenheid. Mee-doeners sluiten aan bij activiteiten, Mee-makers ontwikkelen structureel programma’s en Mee-denkers denken mee over programmering, collectie, campagnes en beleid. Voor Mike is die ontwikkeling logisch. “In het begin vroegen we vooral: ‘Wat wil je maken?’ Nu stellen we steeds vaker de vraag: ‘Hoe zou jij de Bibliotheek vormgeven?’ Dat is een fundamenteel verschil.”

Volgens hem verschuift daarmee ook de rol van de bibliotheek. “We zien steeds vaker dat Mee-makers niet alleen hun eigen activiteit willen organiseren. Ze willen meedenken over grotere thema’s. Welke verhalen ontbreken nog? Welke doelgroepen bereiken we niet? Welke boeken zouden zichtbaar moeten zijn? Dat zijn vragen waarop wij als Bibliotheek niet alleen het antwoord hoeven te geven.”

De volgende stap is daarom niet méér activiteiten, maar een andere manier van samenwerken. “We willen dat de kennis uit de gemeenschap net zo vanzelfsprekend onderdeel wordt van onze organisatie als de kennis van onze eigen collega’s. Niet omdat we verantwoordelijkheden uit handen geven, maar omdat we geloven dat betere keuzes ontstaan wanneer verschillende perspectieven samenkomen. Voor mij is dat uiteindelijk waar Kom Mee-maken over gaat. Niet over het organiseren van mooie programma’s, maar over het bouwen aan een bibliotheek die zichzelf voortdurend laat verrijken door de mensen voor wie zij bestaat.”

Wat levert het op voor de gemeenschap?

Volgens Mike ontstaat er vooral eigenaarschap. De gemeenschap krijgt de kans initiatieven te ontplooien waar elders geen plaats voor is en die je als bibliotheek nooit zelf had kunnen bedenken. Hij noemt een boksproject waarbij jongeren één-op-één met een bokser trainden in de bibliotheek. Vooraf gingen zij met elkaar op de vuist om alle frustratie eruit te slaan, daaropvolgend kwam het gesprek. Biebboksen. “Door die ruimte te geven, profileer je de bibliotheek op een andere manier en kun je van grote waarde zijn voor mensenlevens.”

Een ander voorbeeld is een tijdelijke biechtkamer in de bibliotheek. Bezoekers konden daar anoniem een persoonlijk verhaal achterlaten. Die verhalen werden vervolgens door kunstenaars vertaald naar tekeningen, die de deelnemers later konden ophalen. “Soms begint een programma als een activiteit, maar eindigt het als iets dat mensen met elkaar verbindt. Dat zijn de momenten waarop je merkt dat cultuurparticipatie veel verder gaat dan een middagprogramma. Het creëert ontmoeting, begrip en soms zelfs een nieuw netwerk.”

Op een gegeven moment is het mooi als een initiatief zijn vleugels uitslaat en verdergaat buiten de bibliotheek. “Dat zien we gelukkig steeds vaker. Initiatieven groeien uit tot zelfstandige organisaties of vinden ook elders een plek. Dan weet je dat de bibliotheek niet het eindpunt is geweest, maar het begin.”

Ook op wijkniveau ziet hij impact. Op het Teylerplein in Haarlem-Oost ontstond vanuit de gemeenschap een initiatief dat nog altijd wekelijks plaatsvindt. Volgens Mike veranderde het plein daardoor van een plek met overlast naar een plek waar bewoners elkaar ontmoeten. “Misschien is dat wel het mooiste wat een bibliotheek kan doen. Niet alles zelf organiseren, maar omstandigheden creëren waardoor mensen elkaar weten te vinden en uiteindelijk zélf verder bouwen.”

Welke rol speelt de collectie?

Vanaf het begin was het uitgangspunt dat de verhalen uit de gemeenschap onderdeel worden van de collectie. Dat gebeurt niet alleen via boeken, maar ook via podcasts, tentoonstellingen en andere vormen van kennis en erfgoed. Daarnaast onderzoekt de bibliotheek hoe gemeenschappen kunnen bijdragen aan de collectie zelf. Ook zoekt Kom Mee-maken steeds vaker de verbinding met andere afdelingen, zoals Lezen, Digitaal en Vrijwilligerswerk.

“We zijn gewend om collectie te zien als iets wat we inkopen en beheren,” zegt Mike. “Maar de gemeenschap draagt iedere dag nieuwe verhalen, kennis en perspectieven aan. Voor mij hoort dat óók bij de collectie van een bibliotheek.”

Hij ziet de collectie daarom steeds meer als een levend geheel. “Een podcast van bewoners, een tentoonstelling, een lokaal verhaal of een voorstelling vertelt net zoveel over onze stad als een boek in de kast. Natuurlijk blijven boeken de kern van de bibliotheek, maar de manier waarop we kennis verzamelen en zichtbaar maken verandert. De gemeenschap zit niet alleen in de programmering, maar ook in het geheugen van de bibliotheek.”

De komende jaren wil de bibliotheek die gedachte verder ontwikkelen. “Ik zou het prachtig vinden als bezoekers straks niet alleen een boek van een bekende schrijver meenemen, maar ook kennismaken met de verhalen van iemand uit hun eigen straat of wijk. Daarmee wordt de collectie niet alleen diverser, maar ook herkenbaarder en dichter bij de samenleving.”

Hoe houd je iedereen betrokken?

De afgelopen jaren leerden Mike en zijn collega’s dat betrokkenheid alleen blijft bestaan als mensen regelmatig worden meegenomen. Daarom wil de bibliotheek vaker kort evalueren met de verschillende afdelingen. “Houd iedereen aan boord. Als mensen zich gezien voelen, gaan ze er ook iets mee doen.” Volgens Mike hoeft evalueren bovendien niet altijd via formulieren of rapportages. Een gesprek, creatieve terugblik of andere vorm kan soms beter passen bij de gemeenschap waarmee je werkt.

“Co-creatie stopt niet na een activiteit. Juist daarna begint het gesprek: wat hebben we geleerd, wat kan beter en wat nemen we mee? Die gezamenlijke reflectie is misschien wel net zo belangrijk als het programma zelf.”

Dat geldt volgens hem niet alleen voor Mee-makers, maar ook voor de bibliotheek. “We vragen de gemeenschap voortdurend om met ons mee te bewegen. Dan moeten wij zelf minstens zo bereid zijn om te veranderen. Dat vraagt een lerende organisatie. Soms betekent dat dat bestaande processen moeten worden aangepast, soms dat collega’s op een andere manier gaan samenwerken. Dat is spannend, maar ook precies waar de ontwikkeling zit.”

Welke aanpak werkt het beste?

Als Mike één advies moet geven, is het simpel: “Begin gewoon.” Met een kleine kanttekening: wél met de juiste randvoorwaarden. Vertrouwen, ruimte en eigenaarschap zijn volgens hem essentieel. “Je moet de juiste mensen hebben en hen de vrijheid geven. Het vertrouwen dat wij aan gemeenschappen geven, hebben wij zelf ook vanuit de organisatie gekregen.”

Daarnaast ziet hij zijn eigen rol steeds meer veranderen van programmamaker naar facilitator. “Ik ben nu meer facilitator dan programmeur. Ik zorg dat de ruimte, de middelen en de voorwaarden er zijn, zodat anderen hun ideeën kunnen realiseren.”

Volgens Mike is dat misschien wel de grootste verandering van de afgelopen jaren. “In het begin dacht ik dat mijn werk was om programma’s te maken. Inmiddels denk ik dat mijn werk vooral is om omstandigheden te creëren waarin anderen kunnen schitteren. Als een Mee-maker uiteindelijk meer impact maakt dan ikzelf, dan is mijn werk geslaagd.”

Hij hoopt dat steeds meer bibliotheken die beweging gaan maken. “We hoeven als bibliotheek niet altijd zelf de meest interessante stem in de ruimte te zijn. Soms is onze belangrijkste rol juist om het podium te bouwen waarop anderen hun verhaal kunnen vertellen.”

Is dit volgens jou dé manier om een bibliotheek in te richten?

Mike ziet participatiegericht werken niet als een tijdelijke trend. “De bibliotheek is misschien wel de enige openbare plek waar je zonder verwachting of verplichting naar binnen kunt lopen. Dat moeten we koesteren.” Juist daarom ziet hij grote kansen om bewoners niet alleen gebruiker, maar ook mede-vormgever van de bibliotheek te maken.

“Hoe mooi is het dat de bibliotheek niet alleen vóór de stad is, maar ook dóór de stad wordt gevormd? Dat een bezoeker niet alleen een boek leent, maar ook een idee, een verhaal of een initiatief achterlaat dat de bibliotheek weer een beetje verandert.”

Volgens Mike ligt daarin de maatschappelijke kracht van de bibliotheek. “We leven in een tijd waarin veel mensen zich minder verbonden voelen met elkaar en met publieke voorzieningen. Juist dan kan de bibliotheek een plek zijn waar verschillende werelden elkaar ontmoeten. Niet omdat iedereen hetzelfde hoeft te denken, maar omdat iedereen de ruimte krijgt om bij te dragen.”

Hij benadrukt dat dit niet betekent dat iedere bibliotheek er hetzelfde uit moet zien. “Iedere wijk is anders. Iedere gemeenschap is anders. Daarom geloof ik ook niet in één blauwdruk. Ik geloof wél in een houding. Durf te luisteren. Durf ruimte te geven. En durf als organisatie ook te accepteren dat goede ideeën soms van buiten komen.”

Voor Mike is dat uiteindelijk de essentie van Kom Mee-maken.

“Ik hoop dat we over een aantal jaar niet meer hoeven uit te leggen wat Kom Mee-maken is. Dat het vanzelfsprekend is geworden dat een bibliotheek zich laat inspireren én vormen door de mensen voor wie zij bestaat.”

Wat is de volgende stap?

De komende jaren richt de Bibliotheek Zuid-Kennemerland zich op een nieuwe fase binnen Kom Mee-maken: bewoners niet alleen laten meedoen of meemaken, maar ook laten meedenken. Mee-denkers krijgen daarbij een rol in onder meer programmering, collectievorming, marketingcampagnes en beleidsontwikkeling. “Als je een gemeenschapsbibliotheek wilt zijn, moet je ook nadenken hoe je de gemeenschap een plek aan tafel geeft. Niet als symbolisch gebaar, maar omdat hun kennis en ervaring daadwerkelijk van waarde zijn voor de keuzes die je maakt.”

Hoe dat er uiteindelijk precies uit gaat zien, weet Mike bewust nog niet. “En eerlijk gezegd vind ik dat misschien wel het mooiste. We weten waar we naartoe willen, maar niet precies hoe het eindplaatje eruitziet. Dat hoort ook bij co-creatie. Als je alles vooraf al hebt bedacht, is er weinig ruimte meer voor de mensen met wie je zegt samen te willen bouwen.”

Hij verwacht dat de rol van de bibliotheek de komende jaren verder zal veranderen. “We gaan van programmeren voor de gemeenschap naar programmeren mét de gemeenschap. En uiteindelijk misschien wel naar een bibliotheek waarin de gemeenschap op alle niveaus meedenkt over wat relevant is voor de stad.”

Volgens Mike is dat geen doel op zich, maar een logisch vervolg op de ontwikkeling die de bibliotheek al jaren doormaakt. “De bibliotheek heeft zich altijd aangepast aan de samenleving. Eerst waren we vooral een plek van boeken. Daarna werden we een plek voor ontmoeting, debat, taal en digitale ontwikkeling. Voor mij is Kom Mee-maken de volgende stap in die ontwikkeling. Niet omdat de bibliotheek haar identiteit verliest, maar juist omdat zij trouw blijft aan haar maatschappelijke opdracht: relevant zijn voor de samenleving waarin zij staat. En misschien hoop ik uiteindelijk nog wel op iets anders. Dat Kom Mee-maken ooit geen naam meer nodig heeft. Dat het zo vanzelfsprekend is geworden dat iedere bibliotheek samen met haar gemeenschap programmeert, leert en groeit, dat niemand zich nog afvraagt waarom je dat zou doen. Dan hebben we niet alleen een mooi project achtergelaten, maar een manier van werken die de bibliotheek helpt om ook in de toekomst van betekenis te blijven.”