Jongeren verbinden aan de bibliotheek: wat ik nu anders zou doen
Een paar jaar geleden schreef ik over mijn eerste ervaringen als community librarian bij Bibliotheek Venlo. Inmiddels kijk ik, nu als adviseur programmering, met de kennis van nu terug op die periode. In dit artikel deel ik wat ik leerde over jongeren leren kennen, betrekken en uiteindelijk ook weer loslaten.
Een aantal jaar geleden schreef ik het artikel Mijn reis als community librarian, waarin ik inga op hoe ik als community librarian de eerste stappen zette in het verbinden van jongeren aan de bibliotheek. Inmiddels zijn we een aantal jaar verder. Omdat ik hier regelmatig vragen over krijg in mijn hoedanigheid als adviseur programmering en bibliotheken hun voordeel kunnen doen van mijn geleerde lessen, leek het me interessant om met de kennis van nu terug te kijken op die periode.
Toen ik Bibliotheek Venlo binnenstapte, wisten jongeren in de leeftijd van 16-26 jaar de bibliotheek al wel te vinden als studieplek. Onze stadsbibliotheek telde drie verdiepingen, waarvan de tweede verdieping het meest intensief gebruikt werd als studieplek: er waren groepsplekken, stilteruimten en individuele tafels. Om een beeld te schetsen van de schaal: in totaal ging het om circa 80 studieplekken verspreid over het hele gebouw, de studieplekken in inpandig café STEK niet meegerekend. Ik focuste me overigens alleen op onze stadsbibliotheek, niet op de andere vestigingen.
Ondanks dat deze jongeren veel over de vloer kwamen, was er eigenlijk geen zicht op wie deze jongeren nou eigenlijk waren. Waar kwamen ze vandaan? Waar lagen hun wensen, behoeften en dromen?
Er werd daarom gekozen voor een totaalaanpak:
- Herinrichting van de studieplekken (deze stap was reeds afgerond toen ik in dienst kwam);
- Aanvraag projectgelden vanuit de gemeente (idem, van die gelden ben ik aangenomen);
- Start community librarian jongeren met focus op Bieb Werkt (studieplekken), Bieb Inspireert en Bieb Ontmoet (programmering);
- Onderzoek door Cubiss en community librarian jongeren: een grootschalige enquête onder bibliotheekleden, bezoekers en focusgroepen met jongeren;
- Lancering van een CRM-systeem gekoppeld aan werkplekken;
- Actief betrekken van jongeren bij programmering.
Mijn rol begon eigenlijk bij een vrij eenvoudige vraag: hoe halen we deze jongeren uit hun anonimiteit?
Stap 1: Leren kennen
Dat deden we door actief met ze in gesprek te gaan. Ik sprak jongeren aan tijdens een dienst op de vloer, dronk koffie met ze in STEK of nodigde ze uit voor een focussessie met pizza in de bibliotheek.
Persoonlijk contact was de sleutel. De afzender was niet ‘de bibliotheek’, maar ‘Lotte van de bibliotheek’.
De enquête die we uitzetten en de eerste gesprekjes die ik met jongeren had op de vloer, waarin ik peilde of ze eens een keer wilden doorpraten over onze dienstverlening waren het startpunt van wat later zou uitgroeien tot de Venlose studentencommunity. Het contact probeerde ik zo laagdrempelig mogelijk te houden door ze op dit moment nog niet ergens aan vast te pinnen. Ze konden vrijblijvend aansluiten tijdens een van de focusgroepen die we organiseerden. Tijdens de sessies probeerden we de brainstorm breed te houden en passeerden veel verschillende onderwerpen de revue.
De een kwam omdat die de studieplekken niet fijn vond, de ander had behoefte aan contact met leeftijdsgenoten en een derde gaf direct aan actief programma’s mee te willen organiseren. Ik vond het zonde van ieders tijd om deze jongeren sessie na sessie bij elkaar te zetten als ze zulke verschillende wensen hadden en niet zoveel gemeen hadden met elkaar. Daarom splitste deze groep al snel af.
De jongeren die praktische vragen hadden, over bijvoorbeeld studieplekken, koppelde ik aan collega’s vanbedrijfsvoering. Zelf richtte ik me vooral op de jongeren die samen programma’s wilden maken. Daar lag voor mij als programmamaker de grootste kans om jongeren langdurig aan de bibliotheek te verbinden.
Wat voor jongeren waren dit? Denk bijvoorbeeld aan:
- De jongere die onze enquête opvallend zorgvuldig had ingevuld en bij een van de laatste vragen had aangegeven graag mee te willen denken in het vervolg.
- De begin-twintiger die ik kende doordat hij regelmatig aan de balie kwam om te vragen naar Russische werken die ik voor hem uit het magazijn haalde.
- De Venlose student van Turkse afkomst die thuis geen rustige plek had om te studeren en die ik bijna dagelijks op dezelfde studieplek trof.
- De uitwisselingsstudent uit Roemenië die een netwerk zocht en graag bordspellen speelde.
- Maar ook de vrienden, kennissen en klasgenoten die door dit handjevol eerste jongeren werden meegetrokken naar de bibliotheek.
Stap 2: Experimenteren
In mijn eerdere artikel schreef ik al hoe belangrijk het is dat je als programmamaker de ruimte krijgt om te experimenteren. Daar denk ik nog steeds hetzelfde over. Kopjes koffie drinken hoorde bij mijn werk en ik maakte hier tijd voor vrij, ook in weken dat ik meerdere vloerdiensten draaide.
Tegelijkertijd verloor ik de boodschap van de bibliotheek niet uit het oog. Ik zag het als een driehoek. Eén poot werd gevormd door de missie van de bibliotheek, één door de wens van de jongere en de derde door mijn eigen interesses en ideeën als programmamaker. Raakten die drie elkaar, dan hadden we de golden spot gevonden.
Zo sloten onze maandelijkse bordspellenavonden en tweewekelijkse schaaksessies aan bij de behoefte van jongeren om elkaar te ontmoeten, maar ook bij de wettelijke kernfunctie van de bibliotheek om ontmoeting en dialoog te organiseren. Geregeld werden jongeren vanuit het jongerenwerk naar ons doorgestuurd. Zij deden bijvoorbeeld ook communicatieve vaardigheden op.
Dat zulke activiteiten tegelijkertijd allerlei vaardigheden stimuleren was mooi meegenomen, maar niet het uitgangspunt. Het belangrijkste was dat jongeren zich gezien voelden, geloofden in de programma’s die ze organiseerden en het gevoel hadden dat ze ergens bij hoorden.
Stap 3: Betrokken houden
Om jongeren niet uit het oog te verliezen bleef ik ze betrekken: door maandelijkse meetings met de organisatoren van de spelletjesavonden (een actieve subgroep van de community), door maandelijkse mailings die we via ons CRM-systeem aan alle jongeren verstuurden die een werkplek reserveerden, door talloze appgroepen. De appgroepen werden door mij als community librarian aangemaakt maar vervolgens gerund door de community zelf. Intensief contact is key. Laure Ruts, programmamaker jongeren van jongerenbib Kubus in Antwerpen, benoemt dit zelfs actief door te zeggen: “Ik ga je een beetje stalken”. Jongeren vonden dit prima, sterker nog: de aanhouder wint. De jongeren zagen het als extra reminder.
Ik zag het als een pre dat ik zelf ook vloerdiensten draaide en daardoor jongeren steeds beter van gezicht kende. Dat maakte de stap om ze aan te spreken, wat ook vaak tijdens een vloerdienst gebeurde, kleiner. Je kan dit echter makkelijk opvangen door als programmamaker of programmeur met jezelf af te spreken dat je een x aantal dagdelen vanuit de bibliotheek zelf aan het werk gaat. Zet je laptop ergens neer, desnoods met een bordje erbij dat je graag het gesprek aangaat. Biedt ze desnoods een gratis kop koffie aan.
Stap 4: Loslaten
Het kostte mij veel tijd een jongerencommunity in Venlo op te bouwen. Na anderhalf jaar had ik het idee dat er inmiddels een stevige basis stond. Na drie jaar intensieve samenwerking met de jongeren en het organiseren van talloze programma’s zwaaide ik af. Als er iets is wat ik anders zou hebben gedaan, dan was het de collega’s meer meenemen in het proces. De collega’s misten handvatten om buurtgericht te werken en programmeren. Door meer aan interne kennisdeling te doen, was het draagvlak en het handelingsperspectief van de rest van de organisatie groter geweest.