Leescultuur op het voortgezet onderwijs begint bij een goed gesprek

Blog Educatie
Gepubliceerd op 24 september 2026

Door Anne Jet van Orden

De PISA-resultaten zetten leesvaardigheid opnieuw hoog op de agenda. Maar wat vertellen die cijfers over de manier waarop jongeren lezen? Voor leesmediaconsulenten die met vo-scholen samenwerken, is dit een goed moment om het gesprek over de leesomgeving van jongeren te openen. Wie wil begrijpen hoe jongeren lezen, kijkt verder dan het klaslokaal.

De recent verschenen resultaten laten zien dat bijna vier op de tien Nederlandse 15-jarigen onder het basisniveau voor lezen scoort. De vraag ‘wat moet het onderwijs hiermee?’ ligt voor de hand, maar de relatie van jongeren tot lezen ontwikkelt zich niet alleen in de les. Ook thuis, online, met vrienden en in de bibliotheek speelt lezen een rol.

PISA over leesvaardigheid, maar het verhaal is groter

Het PISA-onderzoek meet of leerlingen teksten kunnen begrijpen, gebruiken, evalueren en erop kunnen reflecteren. Het meet daarbij niet de bredere context waarin jongeren met leesvaardigheden te maken krijgen. Wie die leesontwikkeling wil begrijpen, kijkt daarom ook naar leesgedrag en leesmotivatie. Leestip om dit gesprek te verbreden: Waarom het beeld van ontlezing onder jongeren niet volledig klopt

Daarnaast krijgen jongeren online grote hoeveelheden informatie en teksten op zich af. Ze moeten kunnen beoordelen wat betrouwbaar is en verschillende perspectieven kunnen herkennen. In een steeds digitaal wordende samenleving raakt leesvaardigheid daarmee ook aan de vraag of jongeren hierin hun weg kunnen vinden en kunnen meedoen.

PISA laat ook verschillen zien tussen groepen leerlingen, onder andere naar ouderlijk opleidingsniveau en thuistaal. Daarmee komt de leescultuur in beeld: welke plek heeft lezen in de omgeving van jongeren en hoe zichtbaar is het?

Handvatten voor het gesprek met docenten

Als leesmediaconsulent kun je het gesprek met docenten op het vo als volgt insteken:

1. Start met wat docenten al zien en doen

Docenten ervaren vaak weinig tijd en ruimte. Sluit aan bij hun dagelijkse praktijk en vraag naar ervaringen: wat valt op bij leerlingen rond lees- en informatievaardigheden? Wat werkt al goed? Gebruik dit als insteek om samen te verkennen: welke leesomgeving willen we als school creëren?

2. Maak helder waar de uitdaging ligt

Gebruik het het raamwerk van Jeroen Dera uit zijn boek om het gesprek structuur te geven: waar zit het knelpunt voor deze school, bij welke groepen en in welke context? Door ook leesgedrag en motivatie mee te nemen, voorkom je dat ‘leerlingen lezen niet’ het begin én het einde van het gesprek wordt.

3. Breng de schoolomgeving in beeld

Nodig uit om samen in kaart te brengen waar en wanneer leerlingen op school met lezen in aanraking komen: in het rooster, de bibliotheek op school en bij andere vakken. Ook de fysieke ruimte kan een rol spelen: zijn boeken letterlijk zichtbaar? Liggen ze alleen in de lokalen van taaldocenten, of leest een andere docent ook eens een boek in de pauze? Verken kansen voor vakoverstijgend werken: themaweken, gezamenlijke leeslijnen en leestijd.

4. Koppel leescultuur aan burgerschap

School is bij uitstek de plek waar leerlingen met verschillende achtergronden samenkomen, ongeacht de leescultuur thuis. Dit biedt kansen voor scholen om ruimte te geven aan burgerschapsdoelen. Rijke literatuur biedt leerlingen de mogelijkheid om andere perspectieven en ervaringen te ontdekken, kritisch na te denken en met elkaar in gesprek te gaan.

5. Faciliteer tijd, ruimte en samenwerking

Spreek niet alleen met (taal-)docenten, maar ook met directie en teamleiders over hun rol: tijd inroosteren, lezen zichtbaar maken en samenwerking tussen secties faciliteren. Positioneer de bibliotheek als partner die kan ondersteunen in collectie, expertise, en de verbinding tussen de leeswereld binnen en buiten de school.

Aan de slag

Gebruik de PISA-resultaten als aanleiding om met scholen in gesprek te gaan over de leescultuur op school. De rol van de leesmediaconsulent? Niet om een kant-en-klare oplossing aan te dragen, maar om het gesprek te openen en samen te onderzoeken wat leerlingen nodig hebben om zich als lezer te ontwikkelen. Om zo samen te werken aan een leescultuur die de leefwereld en leeswereld van jongeren met elkaar verbindt.