“Indie-magazines openen nieuwe werelden”

Interview Programmering
Gepubliceerd op 14 september 2026

Door Karen Bertrams

In samenwerking met [een bibliotheek]

Marc Robbemond (*1981) werkt sinds 2011 bij Athenaeum Nieuwcentrum op het Amsterdamse Spui en is verantwoordelijk voor de alom bekende tijdschriften afdeling. Bij de Collectiecocktailmiddag van Probiblio in juli liet hij 30 collectioneurs van bibliotheken anders kijken naar het collectioneren en beschikbaar stellen van onafhankelijke/indie-magazines aan publiek, met name de jonge creatieven.

Arthouse en vintage in middelburg

Geboren in Maassluis verhuisde Marc op zijn 5e naar Middelburg. De relatieve saaiheid van deze stad vergeleken met Rotterdam en Antwerpen waar het gezin vaak heen ging, begon hem vanaf zijn 12e, als je de wereld gaat ontdekken, aan te zetten tot het scannen van deze stad op wat er interessant is.

“Toen ik 15 was, waren er een paar hele goede tweedehands platenzaken, waar ik dan altijd op vrijdag na school platen ging scoren van een voorschot op mijn zaterdagse zakgeld, omdat de nieuwe platen juist op vrijdagmiddag binnen kwamen. Ook de authentieke vintagewinkel vond ik geweldig. Ik kon er gaan werken en begon er met het poetsen van de schoenen die binnen kwamen. Dat was eigenlijk mijn eerste echte baan. Als vrijwilliger bij een arthouse-cinema dook ik meteen in de alternatieve filmwereld. Ik kon alles gratis zien en was er heel enthousiast over. Als we naar Rotterdam, Amsterdam of Antwerpen gingen, kocht ik altijd muziekbladen en tijdschriften en ik luisterde heel veel naar de radio, zoals Studio Brussel (StuBru) en Villa 65 van de VPRO. Die bladen en programma’s hebben grote impact op me gehad over wat echt interessante spannende persoonlijkheden zijn; kunstenaars of schrijvers en met name dan muzikanten. En natuurlijk was MTV een enorme invloed, met ’s avonds Alternative Nation en 120 Minutes, over meer alternatieve bands. In de jaren ’90 kwamen er veel meer bands op tv waarbij de persoonlijkheden belangrijk waren.  Alles wakkerde bij mij een enorm verlangen aan om uit Zeeland te vertrekken…”

Underground en countercultuur

“Dus als ik nu aan het uitpluizen ben waar bepaalde tijdschriften vandaan komen en wat interessant is, zeggen mijn vrienden ‘je bent eigenlijk gewoon doorgegaan met wat je altijd al deed.’ Mijn nieuwsgierigheid naar zines en underground – en countercultuur en dingen die een eigen persoonlijkheid hebben – komen nu allemaal samen in deze baan. Ik heb echt een plek gevonden waar ik dingen kan spotten die interessant zijn. Atheneum zelf heeft dat vanaf het begin af aan gesteund en mij de vrijheid gegeven om dingen te ontdekken. Ik heb veel geleerd doordat ik ook echt fouten mocht en kon maken en daar kreeg dan ook wel flinke feedback op van mijn chef Guus. Dat was altijd heel direct, maar ook fair en leerzaam, vooral op het financiële vlak.

Je kan wel enthousiast zijn over een titel die je bestelt, leuk dat het in de winkel ligt, maar het moet ook verkocht worden. Dus je leert hoe je interessante bladen kan importeren en daar als winkel ook geld aan verdient. Ik ben blij dat het ook een leerschool was om dat te ontdekken en ook veel op te bouwen voor mezelf.”

Programmeren met magazine makers

“Ik krijg de vrijheid om events te organiseren met redacteuren en vaak bouw ik persoonlijke banden op door ze logies aan te bieden en ze kennis te laten maken met het culturele, culinaire en uitgaansleven in Amsterdam, plekken zoals De Spuyt, Paradiso, Brecht.  Gesprekken over beweegredenen om onafhankelijk te gaan publiceren met makers uit Beirut, Buenos Aires of Berlijn geeft een extra dimensie en gelaagdheid aan je werk. Bijvoorbeeld als je uit Beirut komt, waar je te maken hebt met censuur, heb je de passie, durf en drive nodig om over bepaalde thema’s te publiceren die mensen echt raken en waarmee je verandering teweeg brengt. Ik heb daar veel respect voor en ben blij dat ik er hier ook mensen mee kan bereiken. Mijn ogen zijn zo vaak geopend door dit soort magazines.

Eén tijdschrift dat ik echt heel bijzonder vind is The Outpost, gelanceerd in Beirut in 2012 door Ibrahim Nehme, nu directeur van Beirut Art Center. Het was een onafhankelijk magazine met als ondertitel “magazine of possibilities”. De insteek was: wat gebeurt er, wat gebeurt er niet en wat zou er kunnen gebeuren? Bijvoorbeeld het themanummer ‘lichaam’, met verhalen van hoe mensen omgaan met spanningen in het Midden-Oosten, wat voor effect dat heeft op het lichaam, hoe mensen hun lichaam gebruiken, hoe mensen daarop reflecteren, hoe ze omgaan met medische situaties. Of het vrij politieke nummer over media, dan gaat het over censuur en hoe mensen eigenlijk niet kunnen publiceren en wat mensen doen om dat te omzeilen. Dus dat er nieuws wordt verspreid met cassettebandjes, met zines, dat er bijvoorbeeld in het Engels gepubliceerd wordt, dat is makkelijker om censuur te ontlopen. Ibrahim is nu een goede vriend en een sterke redacteur.

Een ander bijzonder magazine uit die tijd vind ik DIK Fagazine, over mannelijkheid en homoseksualiteit in Centraal- en Oost-Europa, ook in de communistische tijd. Het gaat over queer scenes in voormalige communistische landen in Oost-Europa en focust steeds op één stad of land per nummer, Het kijkt naar de queer archieven die ze kunnen vinden, die vaak spannende verhalen opleveren hoe mensen underground toch hun identiteit hebben kunnen vinden en elkaar steunden. Met oprichter Karol Radziszewski hebben we spontaan mijn eerste event gedaan in januari 2013, het was snoeikoud en bij Athenaeum staan de deuren altijd open. Ik was super zenuwachtig maar er stonden toch 25 mensen met hun jas aan en we hadden een ontzettend interessant gesprek en bijna iedereen kocht een nummer. Toen dacht ik echt WAUW, we kunnen dus op deze manier mensen bij elkaar krijgen en gesprekken hebben over het belang van offline publiceren en informatie verspreiden over b.v. queer geschiedenis.

Er zijn ook hele speciale en originele tijdschriften zoals MC1R ‘designed to celebrate and empower the global redhead community’ over roodharigen, genoemd naar het gen dat rood haar veroorzaakt. Het verschijnt helaas niet meer.”

Populariteit en noodzaak van indie magazines

“Eigenlijk is de ontwikkeling dat de laatste jaren, zeker sinds de verkiezingen van Trump en de opkomst van fascisme, veel meer mensen zijn gaan publiceren en de urgentie voelen om iets op papier te zetten, te drukken en uit te geven. Veel feministische bladen kwamen op, mensen publiceerden om hun boosheid te ventileren en een community bij elkaar te krijgen, tijdschriften als een soort pamfletten. In die zin hebben deze ontwikkelingen een impuls gegeven aan de noodzaak om onafhankelijk te publiceren.

Sinds 2016-‘17 zijn ze een slag politieker geworden, de grote tak aan de wat oppervlakkerige commerciëlere reis-koffie koffiebladen is significant kleiner geworden. En je ziet dat het publiek dat daar eerst erg naar op zoek was, nu toch ook wel relevantere content wil en echte verhalen. Er worden nu veel publicaties gemaakt over klimaatverandering, feminisme, queer issues, gender, Midden-Oosten. Je hoort uit Amerika dat veel jongeren de zine-cultuur omarmen omdat het niet gemonitord wordt zoals bij de socials wel. En ze hebben het idee dat als ze zelf in een kleine oplage iets publiceren, ze echt een genuine community vinden en creëren, laatst op CNN werd als trend gesignaleerd dat jongeren dat omarmen. Dat heb je ook hier zeker ook in Nederland, Engeland, Duitsland. Laatst had ik een klant uit Detroit in de winkel die veel tijdschriften kocht die ze daar niet (meer) hebben. Het gaat zelfs zo ver dat iemand die bij een anti-ICE demonstratie opgepakt werd een met doos linkse zines veroordeeld is tot 30 jaar gevangenschap.

Er zijn 3 plekken waar magazines zich begeven; in print, live en online. Bijvoorbeeld het tijdschrift Flaneur dat jaarlijks 1 nummer uitbrengt over 1 straat, biedt ook een sectie op hun website, de unprintables, content die ze dan in het maakproces verzamelden zoals video’s. En ze organiseren ook workshops en talks, extra dimensies aan het tijdschrift.”

Onafhankelijke magazines in bibliotheken

“Ik zou heel graag zo’n Atheneum nieuwscentrum in Middelburg hebben gehad, ik denk dat het voor bibliotheken en voor jongeren heel interessant kan zijn om dergelijke collecties te hebben. Als je op zoek bent naar je identiteit, is het belangrijk om authentieke stemmen en verhalen te horen. Ze zouden er zoveel uit kunnen halen, inspiratie zonder de snelheid van internet met de kwaliteit en het tastbare van print en fotografie, gedrukt op papier. Dat is toch een andere beleving; tijd geven aan een object dat je doorbladert, waar je op terug kan komen, waar je over na kan denken, aan je vrienden kan laten zien, je kan eruit kopiëren, je kan er dingen uit bewaren. Het wordt met beperkt budget gemaakt door een redacteur of een kleine groep redacteuren, is heel gecureerd, er is over nagedacht wat er in komt, de kwaliteit is hoog van de front- tot de backcover. En daardoor heb je echt als je een tijdschrift volgt, het gevoel dat je naar een groepje mensen luistert, naar wat zij willen zeggen; wij hebben een half jaar onderzoek gedaan voor dit nummer en dit is wat wij echt belangrijk vinden. De houdbaarheid is duurzaam: oudere nummers blijven interessant.

Hoofdmoot van onze clientèle zijn creatieven; schrijvers, journalisten, mensen die in de mode werken, illustratoren, kunstenaars, mensen die bezig zijn met bijvoorbeeld fotografie, maar ook grafisch ontwerpers, skaters. En een grote groep jongeren is op zoek aar modebladen en bladen over de mensen waar ze naar opkijken. Dat is een snelle manier om ze naar de winkel te krijgen; tijdschriften met de grote sterren erop; Billie Eilish, Sabrina Carpenter, Hudson Williams, Connor Storrie. Qua programmering zou je in de bibliotheek bijvoorbeeld een cover met Billie Eilish groot kunnen uitprinten en een bijeenkomst houden voor Billie Eilish fans en dan videoclips kijken en in discussie gaan over favoriete clips of wat ze interessant vonden in haar interviews.

Als ik lezingen of tips geef aan belangstellenden of studenten zeg ik dat tijdschriften die echt interessant zijn je aan de hand meenemen van artikel naar artikel waardoor je aan het eind echt zegt ‘wauw ik ben echt meegenomen in een zoektocht’, dat zijn nummers die zichzelf per nummer heel erg uitdagen over een onderwerp. Een voorbeeld is FARE, zij maakten een nummer over Philadelphia, de eettentjes, de cultuur, mensen die ze tegenkwamen, ik wist er heel weinig van maar werd helemaal meegenomen.”

Voor bibliotheken maakte Marc een lijst met 30 indie-magazines die de moeite waard zijn periodiek of permanent aan je collectie toe te voegen, om jonge creatieven te verwennen en te verleiden met bijzondere onderwerpen en programmering.

Verder praten met Marc Robbemond kan altijd! m.robbemond@athenaeum.nl

De Lonkende Leestafel is de community van ondernemende bibliotheekprofessionals. In deze interviewreeks gaan we in gesprek met avontuurlijke types.