Wijkgericht werken bij BplusC: de juiste activiteit op de juiste plaats

Interview Basisvaardigheden Onderzoek
Gepubliceerd op 10 juni 2026

Door Ruby Dunkes

in samenwerking met Iris Coster en BplusC.

Hoe breng je als bibliotheek je werkgebied goed in kaart? In welke wijken bied je een taalactiviteit aan, en sluit dat aan bij de behoefte van inwoners uit die wijk? BplusC heeft hier hard aan gewerkt en weet inmiddels alles over het zoeken naar de juiste data, het voorkomen van conformation bias en het delen van wijkprofielen met collega’s. Adviseurs Basisvaardigheden Iris Coster en Ruby Dunkes spraken BplusC-medewerkers inclusie Liona Micajkov en Isanne ten Have en delen de belangrijkste inzichten.

Dit jaar zetten we met een aantal bibliotheken het domein basisvaardigheden steviger neer. Aan de hand van verschillende werkateliers doorlopen we 3 fases:  

  1. Het in kaart brengen van het werkgebied.
  2. Het opstellen van een visie voor basisvaardigheden. 
  3. Het profileren van deze visie, zowel intern als extern.  

In het kader van dit project delen we door het jaar heen een aantal inspirerende voorbeelden van bibliotheken die één van deze uitdagingen goed onder de knie hebben.  

Waarom zijn jullie aan de slag gegaan met wijkprofielen?

”Dat kwam vanuit het meerjarenbeleidsplan van BplusC. Daar staat in dat we meer vraag– en wijkgericht willen gaan werken. We hebben toen met ons Team Inclusie overlegd waar we naartoe willen met het domein. Als je elke dag op dezelfde vestiging werkt, zie je vaak dezelfde mensen en zijn je observaties over de wijk gekleurd. We wilden conformation bias* voorkomen en daarom meer met data gaan werken. Welke inwoners wonen er rondom onze vestigingen? Welke organisaties zitten er in de buurt en wat doen zij al?”

Het doel was niet om uitgebreid academisch onderzoek te doen, maar juist om praktische en werkbare data te verzamelen om onze activiteiten op af te stemmen. En om te kijken of we de activiteiten bij de juiste vestigingen organiseren, of dat iets eigenlijk beter bij een andere vestiging past. Daarmee gingen we aan de slag.” 

*Confirmation bias (of bevestigingsbias) is de neiging om informatie te selecteren die je bestaande overtuigingen bevestigt, terwijl je tegenstrijdige informatie negeert of verwerpt. 

Op basis van welke informatie hebben jullie de wijkprofielen gemaakt?

”We stelden onszelf eerst de vraag wat we eruit wilden halen en welke data we belangrijk vinden en welke data niet. In Leiden is er heel veel data beschikbaar. Dat is super interessant, maar niet altijd relevant voor onze plannen. De data die van invloed zijn op de basisvaardigheden activiteiten die wij aanbieden hebben we uiteindelijk verzameld via verschillende bronnen, zoals Leiden in cijfers (CBS-gegevens) en Mosaic. Maar ook via kleinere lokale onderzoeken, zoals een jaarlijkse enquête over leefbaarheid en veiligheid in Leiderdorp waarin de bibliotheek wordt meegenomen.” 

Wat viel jullie op tijdens het proces?

”Ik merkte zelf dat ik in eerste instantie enthousiast was over de wijkprofielen, ook om bekend te raken met de wijken. Maar gedurende het proces werd ik ook geconfronteerd met de artificiële grenzen en categorieën die je maakt, daar schuilt een gevaar in. Je moet de data altijd met de juiste context aanbieden. Hoe we de data presenteren is zó belangrijk. Je wilt de mensen die wij zien bij activiteiten niet inkaderen, het blijven individuele mensen die niet in een gemiddelde hoeven te passen.” 

Tip: combineer data met ervaringen! Bij het maken van een wijkprofiel kan je ook de ervaringen van medewerkers gebruiken, bijvoorbeeld van een collega die uit de regio komt. Zo creëer je diversiteit in je informatiebronnen. 

Hoe hebben jullie de wijkprofielen deelbaar gemaakt?

”We hebben een Sharepoint-pagina gebouwd waarin de wijkprofielen overzichtelijk zijn vormgegeven met behulp van Canva. Je begint bij de landingspagina waarop je een kaart van Leiden ziet met de wijken die we onderscheiden. Per wijk hebben we alle relevante informatie gebundeld. Je ziet bijvoorbeeld hoeveel mensen er wonen, leeftijden, inkomens, maar ook informatie over de wijk zelf, zoals de partners die in de wijk zitten.” 

Voorbeeld van een wijkprofiel.
“Houd er rekening mee dat je de data up-to-date moet houden, je kunt niet 5 jaar lang dezelfde informatie gebruiken als basis voor je aanbod.”
Isanne ten Have

Medewerker inclusie, BplusC

Wat is er veranderd in jullie aanbod na het maken van de wijkprofielen?

”Het meest directe gevolg van de wijkprofielen is dat we activiteiten bij meer verschillende vestigingen organiseren. Voorheen werden veel activiteiten standaard bij de centrale vestiging gedaan, maar daar willen we van af. Soms is dat lastig, omdat er ook andere factoren meespelen, zoals de beschikbare ruimte en bereikbaarheid van een vestiging. Dan zie je dat er in een bepaalde wijk veel vraag is naar een activiteit, maar zijn de faciliteiten er niet. Daar proberen we oplossingen voor te bedenken samen met de directie. Het kan zo zijn dat we bijvoorbeeld uitwijken naar een geschikte locatie buiten de bibliotheekvestigingen.” 

Als een andere bibliotheek hiermee aan de slag wil, waar moeten ze dan beginnen?

”Ik raad aan om te beginnen met een rondvraag binnen je eigen organisatie en daarbuiten. Er gebeurt al zoveel op dit vlak – onderzoeken, rapporten, vragenlijsten – dus je kan er beter samen in optrekken. En door met elkaar in gesprek te gaan, ontdek je ook je eigen kaders en doel, dat helpt. Zet het uit!”