Meerstemmig publiek bereiken begint met samenwerken: 7 inzichten
Programmeurs, collectioneurs en marketeers kunnen samen zorgen voor een meerstemmig publiek in de bibliotheek. Om te ontdekken hóe je dat doet, kwamen 50 bibliotheekmedewerkers samen bij OASE in Rotterdam. Ze gingen naar huis met inspiratie en eerste antwoorden op vragen als: waarom willen we een meerstemmig publiek bereiken en hoe doen we dat concreet?
De locatie OASE trapte de bijeenkomst af met een introductie op hun eigen werkwijze om meerstemmig publiek te bereiken. De organisatie zet zich in voor een duurzame en sociale stad en bereikt een divers publiek met onder meer buurtkoffie, betaalbare gastchefmenu’s en luistersessies met verhalen van kleurrijke mensen.
Daarna draaiden Probiblio-adviseurs Lotte Kok en Thomas de Bruin de zaal warm met prikkelende vragen. Wat betekent meerstemmigheid voor jou? Wat is de visie van jouw bibliotheek? En moet je als organisatie zelf ook meerstemmig zijn? Een mooie vergelijking met een koor kwam voorbij: “Meerdere stemmen bestaan niet alleen naast elkaar, maar verrijken elkaar ook.” Tegelijkertijd is er ook ongemak. Want hoe programmeer je bijvoorbeeld voor mensen die je zelf niet mag?
Tijdens 3 workshops gingen deelnemers verder aan de slag met buurtgericht werken, samenwerking tussen MarCom, Programmering en Collectie, en gespreksvaardigheden oefenen met democratische fitness. In het werkboek verzamelden zij hun persoonlijke inzichten en eerste acties. Dit verslag deelt 7 inzichten uit de dag.
1. Bezoekers in één ruimte brengen is al een goed begin
Hoe bereik je de veelheid aan stemmen in jouw stad, dorp of wijk? Volgens Lotte Kok begint dat met ruimte geven aan verschillende stemmen, in collectie én programmering. Zo voelen bezoekers: ik mag er zijn.
Mensen bij elkaar brengen kan door activiteiten of diensten aan te bieden aan een groep die een leeftijdsfase, beroepsgroep of interesse gemeen hebben. Dat hoeft niet altijd groots. Een laagdrempelige activiteit zoals bordspellen spelen kan al mensen samenbrengen die elkaar anders niet zouden ontmoeten. Een deelnemer zei: “Ze hoeven elkaar niet eens te spreken. Alleen al samen in één ruimte zijn, is waardevol.”
2. Je mag het oneens zijn met elkaar
Meerstemmig werken vraagt om het kunnen verdragen van verschillen. Bureau Burgerberaad trainde deelnemers daarom in twee (van de 10) democratische spieren: onenig zijn en écht luisteren.
Onder begeleiding van ‘Fitfluencer’ Jing Foon Yu oefenden deelnemers met stellig van mening verschillen, zonder meteen naar een compromis te zoeken. Dat bleek lastig. Een deelnemer: “We zijn gewend om compromissen te sluiten. In gesprekken in onze bibliotheek komen we daar uiteindelijk altijd op uit.”
Ook actief luisteren werd geoefend. Met een blinddoek op vertelden deelnemers een persoonlijk verhaal, waarna hun gesprekspartner dit woordelijk moest teruggeven, zonder hun eigen oordeel of filter. Zo werd voelbaar hoe belangrijk luisteren is om iemand zich gehoord te laten voelen.
3. Interne samenwerking begint vroegtijdig, met een kop koffie
“Je hebt programmering en MarCom nodig om wat de collectie doet gehoord te laten zijn,” stelde Probiblio-collectieadviseur Cees Kremer in de workshop over samenwerking tussen MarCom, Programmering en Collectie.
Veel programmeurs en marketingcommunicatiemedewerkers weten elkaar al goed te vinden. Sommige bibliotheken werken met een visuele jaarplanning rond campagnethema’s. Maar de collectiespecialist wordt vaak pas later aangehaakt.
Een pas gestarte collectiespecialist nam zich voor: “Mijn eerste actie is mijn collega’s van programmering en marketing opzoeken. Zo’n samenwerking tussen de afdelingen was er nog niet.”
Volgens Probiblio-adviseur Nina van Winden, gespecialiseerd in verandermanagent, helpt een jaarplanning om eerder samen te komen, “maar idealiter ga je met iedereen zitten vóór het moment dat er keuzes worden gemaakt en waarde wordt toegevoegd. Betrek daarbij ook de collega’s van de frontoffice.”
4. De collectie aansluiten kan op meer manieren dan een thematafel
Collectie wordt nog vaak gekoppeld aan programmering via een thematafel. Maar dat kan knellen: populaire boeken blijven dan lang liggen en kunnen niet worden uitgeleend.
Volgens Cees kun je juist minder gelezen boeken zichtbaar maken. Dan wordt een thematafel meer dan aankleding. Nog beter is het om collectie vanaf de start van een thema of project te betrekken. Dan ontstaat meer ruimte voor creatieve keuzes. Ook buurtgericht collectioneren biedt mogelijkheden.
Bibliotheek Utrecht werkt bijvoorbeeld met de Keuzekast, met boeken uit een bepaalde community. Bibliotheek Rotterdam heeft Verhalen van de stad, waarin gastcollectioneurs hun persoonlijke verhalen en tips delen. Bibliotheek Waterland ziet displays als programmering en stelt deze samen mét bezoekers. Forum in Groningen speelt razendsnel op actuele thema’s door een deel van de collectie zelf in te kopen en maar minimaal in te werken. De omlooptijd van deze boeken is hoger, maar sluit goed aan bij actualiteit, trend en het publiek.
5. Je hoeft niet iedere stem even zwaar te laten horen
Meerstemmigheid betekent niet dat alles altijd evenveel ruimte krijgt. Je maakt keuzes: welke stemmen laat je horen, wanneer en waarom?
De collectie kan daarbij spiegels en vensters bieden. Spiegels zorgen voor herkenning; vensters openen de blik naar andere perspectieven. Wat voor de ene lener een spiegel is, is voor de ander een venster. Per vestiging kan verschillen wat passend is voor de omwonenden.
Deelnemers geven aan dat in bepaalde gemeenten discussie kan ontstaan over bepaalde boeken, terwijl je deze wel wilt aanbieden. Samenwerking tussen vestigingen kan helpen. Cees Kremer: “Je kunt materialen in één gemeente bestellen en programmering inzetten om die collectie in een andere vestiging onder de aandacht te brengen.”
6. Meerstemmigheid zit ook binnen de bibliotheek
Meerstemmigheid gaat niet alleen over bezoekers, maar ook over collega’s. Marije van der Vlis, projectleider buurtgericht werken bij de OBA en Pauline Hoogweg van de HvA, ontwikkelden daarom tools voor buurtgericht werken, waaronder een werkboek en het gesprekkaartspel Bibliotheekpraat.
Met deze kaarten gingen deelnemers in gesprek over vragen rond grenzen, veiligheid en samenwerking. Een programmamaker gaf een herkenbaar voorbeeld: “Ik wil met een lekkere bank een nieuwe doelgroep binnenhalen. Een frontofficemedewerker ziet vooral risico op overlast.”
Een collectiespecialist zei: “Ik heb geleerd dat je elkaar moet leren kennen vóór het werk. De gesprekskaarten ga ik zeker in onze bibliotheek gebruiken.” Haar marketingcollega vulde aan: “Dit zouden we vaker kunnen doen voorafgaand aan een project.”
Ook de positie van de bibliotheek kwam aan bod. Wie geef je een stem? Waar neem je positie in? En waar liggen de kaders? Juist daarover krijgen marketingcommunicatiemedewerkers regelmatig vragen. Meerdere bibliotheken werken al met de Democratische code om deze vragen te beantwoorden.
7. Je staat er niet alleen voor
Meerdere deelnemers waardeerden de herkenning en het sparren met collega’s van andere bibliotheken. Een collectiespecialist zei: “Mijn vragen leven bij andere bibliotheken ook. Het is fijn om te merken dat collega’s openstaan om samen te sparren.”
Een andere deelnemer was trots dat bibliotheken met het onderwerp meerstemmigheid bezig zijn: “Ik roep altijd dat we dit meer moeten doen, want er ligt nog een grote opdracht. Vandaag heb ik voor het eerst met andere collega’s binnen de bibliotheek hierover gesproken.”
De bijeenkomst leverde geen kant-en-klare routekaart op, maar wel veel aanknopingspunten. Meerstemmig werken begint bij het gesprek: met collega’s van verschillende afdelingen, met bezoekers en met partners in de buurt. Soms is de eerste stap simpelweg: samen koffie drinken en beginnen.