Wat Rotterdammers lezen, missen en bewaren: (Verhalen) Van de Stad

Interview Programmering
Gepubliceerd op 01 oktober 2026

Door Lotte Kok

Bij Bibliotheek Rotterdam wordt al jaren geëxperimenteerd met manieren om Rotterdammers directer te betrekken bij de collectie, vanuit de ambitie om toe te werken naar een community library: een bibliotheek voor en van de stad. Via gastcollectioneurs, gesprekken in de wijk, boekenclubs en erfgoedprojecten komen verhalen en behoeften uit de stad de bibliotheek binnen. Soms leidt dat tot een nieuwe aanschaflijst, soms tot een tentoonstelling. Hoe pakken ze dat concreet aan?

Yeltsiny Stroop werkt sinds een jaar als collectiespecialist community op de afdeling Collectie & Erfgoed bij Bibliotheek Rotterdam. In haar werk staat één uitgangspunt centraal: collectioneren met de inwoners van Rotterdam. Marije van Horik werkt inmiddels al ruim vijf jaar bij de bibliotheek, eerst als cultureel programmeur en nu als Adviseur Community’s binnen het team Strategie en Programma’s. Beiden zijn betrokken bij Van de Stad, een overkoepelende aanpak waarin verschillende projecten rond Rotterdammers, collectie, erfgoed en programmering samenkomen.

Het begon met het samenwerken met gastcollectioneurs. Hoe zag dat eruit?

Marije: “Zo’n vijf jaar geleden waren er eigenlijk twee bewegingen gaande. Enerzijds werden er gastcollectioneurprojecten ontwikkeld, zoals een project met kinderen uit Beverwaard, waarbij 12 leerlingen werd gevraagd welk boek zij graag in de bibliotheek zouden willen zien. Anderzijds zochten we voor het onderwerp Koloniaal en Slavernijverleden verdieping door samen te werken met gastcollectioneurs uit de stad, die verschillende perspectieven inbrachten. Dat project heette Verhalen van de stad. Dit legde ook een basis voor het community-gedreven programmeren.”

En hoe is dat uitgegroeid tot Van de Stad?

Marije: “We merkten bij Verhalen van de Stad dat het heel goed werkt om mensen uit de stad te betrekken bij wat we doen. Inmiddels is Verhalen van de Stad onderdeel geworden van Van de Stad, een bredere aanpak om Rotterdammers bewoners meer te betrekken bij de bibliotheek.”

Yeltsiny: “We vroegen ons af: hoe geef je de stad zelf een plek in de collectie? Het antwoord werd Van de stad: een nieuwe collectiecategorie binnen de bibliotheek, naast vertrouwde categorieën als fictie, kunst, geschiedenis en jeugd hebben we nu ook (Collectie) van de stad.

Het begon met de wens om het werken met gastcollectioneurs verder ontwikkelen en de samenwerkingen met Rotterdamse gastcollectioneurs een vaste plek geven binnen de collectie en het erfgoed van de bibliotheek. Zo kunnen we de verscheidenheid aan Rotterdamse perspectieven behouden en doorgeven aan volgende generaties. Ook worden er nieuwe perspectieven aan onze collectie toegevoegd. Zo zijn we een bibliotheek die niet alleen over Rotterdam gaat, maar ook écht van Rotterdam is.”

Kun je een voorbeeld geven?

Yeltsiny: “Een mooi voorbeeld hiervan is de samenwerking met filmmaker en gastcollectioneur Ashley Röttjers. In een voorafgaand interview onderzochten we wie Ashley is, wat haar verhaal is en wat haar drijft als maker. In haar film staat het verlangen centraal om onderbelichte verhalen van zwarte vrouwen een breder podium te geven. Verhalen over moeder-dochterrelaties, verschillende generaties, mentale gezondheid en een nieuwe vorm van eenzaamheid die ontstaat door onze voortdurende digitale verbondenheid.

In haar film spelen boeken een belangrijke rol. Ze zijn letterlijk aanwezig in het appartement van de hoofdpersoon, waar ze rondgeslingerd liggen. Vanuit dit gegeven ontstond het begin van de collectie van Ashley: de boeken uit de film werden aan de bibliotheekcollectie toegevoegd en waren voor bezoekers te leen. De collectie groeide vervolgens verder met boeken die werden geselecteerd door de gasten van het Filmgesprek: moderator en cultureel curator Shaquille Shaniqua Joy, regisseur en beeldend kunstenaar Tarona en DJ Jewel. Zo werd de collectie niet alleen een verzameling van Ashley’s eigen keuzes, maar een groeiende collectie die zij samen met haar community vormgaf. De mensen die zij zelf uitnodigde om onderdeel te zijn van haar programma, kregen daarmee ook een plek binnen haar collectie.

De film ging in première tijdens het International Film Festival Rotterdam (IFFR), het Filmgesprek vond plaats rond Internationale Vrouwendag en tegelijkertijd was het Black History Month. We bewogen qua timing mee met wat er in de stad gebeurde.

Zoals Ashley het zelf mooi omschrijft, hoopt zij met haar film en haar gastcollectioneurschap bij te dragen aan een soort ‘collectieve database’ van perspectieven en ervaringen rondom de zwarte vrouw in al haar gedaantes. Daarmee wil ze de norm langzaam verschuiven en ruimte maken voor verhalen die niet altijd vanzelfsprekend onderdeel zijn van het dagelijks beeld. Juist door die verhalen samen te brengen in film, gesprek en de bibliotheekcollectie, ontstaat ruimte om elkaar vanuit verschillende perspectieven te ontmoeten.”

Een voorbeeld uit de praktijk II: Het project Groetjes uit Zuidplein, Charlois, Rozenburg en Delfshaven in samenwerking met Verhalenhuis Belvédère.    

Yeltsiny: “Bij Groetjes uit Zuidplein gingen we met bewoners en bibliotheekbezoekers in gesprek over wat hen bezighoudt. We begonnen bewust niet met boeken, maar met vragen als: Waar woon je? Wat speelt er in je leven? Wat brengt je naar de bibliotheek? Vanuit persoonlijke verhalen ontstonden gesprekken over de buurt, de stad en pas later over lezen en informatiebehoeften. Ook mensen die niet lezen, deelden waardevolle vragen en interesses. Zo leerden we beter wat er in de wijk leeft en waar behoeften liggen. Die inzichten hielpen ons om de collectie en het aanbod van de bibliotheek beter te laten aansluiten.”

Dat leverde bijvoorbeeld het verhaal op van een 23-jarige man die regelmatig in de bibliotheek zat. Hij wilde financieel stabieler worden en zocht informatie over manieren om geld te verdienen. Hij koos bewust voor de bibliotheek omdat hij daar betrouwbare kennis verwachtte, in plaats van de informatie die hem via online algoritmes werd voorgeschoteld. Maar in Zuidplein vond hij vooral boeken over Excel en andere onderwerpen waar hij weinig aan had. Uiteindelijk ging hij weer online zoeken.

Voor ons is dat relevante informatie, ook al komt het uit één gesprek. We kunnen die informatie doorgeven aan de collectiespecialisten. Misschien is het op dit moment één persoon die iets zegt, maar het geeft wel aan wat iemand hier zoekt.”

Een bewoner wordt geïnterviewd voor Groetjes uit Zuidplein

Passen jullie deze manier van werken ook toe op erfgoed?

Yeltsiny: “Zeker. Een bijzonder voorbeeld is Stof tot praten, een experiment met een gastcollectioneur voor erfgoed. Het begon bij Juliette Esajas (70) thuis, waar zij haar persoonlijke archief vol foto’s, boeken en herinneringen deelde. Vanuit haar verhalen over Suriname, Keti Koti en de angisa ontstond een tentoonstelling in de Centrale Bibliotheek.

De bibliotheek presenteerde niet alleen haar erfgoed, maar nodigde anderen uit om eraan bij te dragen. Een lege vitrine stelde de vraag: wat zou jij willen bewaren voor later? Richting Keti Koti 2027 werken jongeren, makers en andere Rotterdammers samen aan een nieuwe angisa voor de erfgoedcollectie. Zo wordt erfgoed iets wat de bibliotheek niet alleen bewaart, maar samen met de stad verzamelt, maakt en doorgeeft. Ook bezoekers worden zo uitgenodigd hun eigen verhalen en collecties te delen.”

“Go where the people are is voor mij een belangrijke manier van werken: naar buiten gaan, opzoeken waar het dagelijks leven zich afspeelt en aansluiten bij wat er in de stad gebeurt.”

Wat vraagt deze manier van werken van de organisatie?

Marije: “We hebben bij Verhalen van de Stad gemerkt dat het heel goed werkt als verschillende mensen vanaf het begin samen optrekken. Dat proberen we nu ook bij andere projecten te doen. We werken veel samen met de afdeling Marketing en Communicatie, Collectie en Programmering – of, zoals het bij bibliotheek Rotterdam heet, Programmalijn Communities en Persoonlijke Ontwikkeling.

Bij het project rond Juliette kwamen bijvoorbeeld de collectiespecialist erfgoed, programmeurs en medewerkers die tentoonstellingen maken bij elkaar. Een programmeur in Charlois kende Juliette al. Zo kwamen verschillende lijnen binnen de organisatie samen. Yeltsiny sluit daarom ook aan bij programmeursoverleggen op vestigingen, ook als zij daar vanuit haar functie niet vanzelfsprekend bij zou zitten.”

Yeltsiny: “Voor mij begint en eindigt het werk als collectiespecialist niet binnen de muren van de bibliotheek. Go where the people are is voor mij een belangrijke manier van werken: naar buiten gaan, opzoeken waar het dagelijks leven zich afspeelt en aansluiten bij wat er in de stad gebeurt. Juist daar ontstaan de gesprekken en ontmoetingen die mij laten zien wat er leeft en waar de bibliotheek van betekenis kan zijn. Soms betekent dat dat je aansluit bij een overleg of initiatief waarvan je in eerste instantie denkt: wat heb ik hier te zoeken? Zo ontstond bijvoorbeeld de samenwerking met Verhalenhuis Belvédère voor het project Groetjes uit…. Door buiten de bibliotheek te zijn, leer ik de stad en haar inwoners beter kennen. Die ontmoetingen neem ik vervolgens mee terug de bibliotheek in: ik kijk anders naar mijn collectie als ik weet wie er in een wijk wonen, wat mensen bezighoudt en waar zij naar op zoek zijn. En ik kijk ook anders naar een gesprek met een bezoeker, omdat ik me steeds afvraag: wat kan ik met deze informatie doen? Zo wordt contact met de stad niet alleen een manier om mensen te bereiken, maar ook een manier om de collectie te laten groeien vanuit wat er daadwerkelijk leeft.

En dit had ik nooit alleen kunnen doen. Veel van deze projecten zijn tot stand gekomen dankzij de fijne samenwerking met mijn lieve collega’s uit verschillende afdelingen van de bibliotheek: van mijn collega-collectiespecialisten, de catalogus-, bestel- en binderijafdeling tot communicatiespecialisten, erfgoedspecialisten en cultureel programmeurs. Ieder vanuit een eigen expertise, maar juist samen hebben we ideeën kunnen verbinden en tot leven kunnen brengen.”

Het klinkt allemaal zo moeiteloos zoals jullie deze samenwerkingen met inwoners hebben opgezet. Wat is jullie geheim?

Marije: “Er zit ontzettend veel onzichtbaar werk in. Het vereist een goede voorbereiding en veel investeren in de gemeenschap om tot resultaat te komen. Veel van het werk is relationeel en bestaat uit het opbouwen van een vertrouwensband. Het vereist ook veel flexibiliteit van ons als bibliotheekmedewerkers. Voor Groetjes uit Zuidplein werkten medewerkers op vrijdag en zaterdag, omdat dan veel bezoekers komen.

Dat roept ook de vraag op hoe je de impact van dit soort werk meet. Hoe weeg je een gesprek met vijf bewoners af tegen een evenement waar een paar honderd mensen op afkomen?”

Wat is de volgende stap?

Yeltsiny: “Van de stad groeit uit tot een doorlopende verzameling van boeken, materialen, gesprekken en verhalen, samengesteld door Rotterdamse gastcollectioneurs. Iedere gastcollectioneur voegt iets van zichzelf en zijn of haar blik op de stad toe. Samen vormen die verschillende perspectieven een steeds rijker beeld van Rotterdam. Daarnaast krijgt Van de stad steeds meer een vaste en zichtbare plek in de bibliotheek. Online worden gastcollectioneurs, hun keuzes en verhalen gebundeld en geselecteerde boeken zijn herkenbaar aan speciale stickers. Vanaf januari 2027 krijgt Van de stad bovendien een eigen fysieke plek op de vierde verdieping, waar Rotterdammers samen de collectie samenstellen en uitbreiden.”

Tegelijk groeien de experimenten uit tot vaste formats. Zo moet Groetjes uit ook in andere vestigingen terugkomen en worden binnen Van de stad verschillende formats of projecten ontwikkeld. Uiteindelijk worden de verhalen en gastcollecties gearchiveerd, zodat een blijvende collectie ontstaat die de stad Rotterdam weerspiegelt.’

Niet alleen wat er uiteindelijk op de plank staat, maar in alles wat eraan vooraf gaat (de gesprekken, ontmoetingen en relaties), maken deze collectie zo bijzonder. Bibliotheek Rotterdam is de experimentele fase ontgroeid en bouwt gestaag door aan een collectie die van, voor en met de Rotterdammers is gemaakt.”

Marije: “We zijn eigenlijk begonnen met allemaal losse dingen. Gaandeweg zagen we dat daar een patroon in zat. Mensen hebben kennis, verhalen en ideeën die je als bibliotheek niet zelf kunt bedenken. We gaan inmiddels meer methodisch te werk en zijn vooral bezig met het borgen van de werkwijze, maar het experiment blijft daar onderdeel van.”

Lees meer over het project Van de stad.